Bijzondere bijstand? Laat je niet van de wal in de sloot helpen!

Ondernemers die vanuit de WW of de bijstand een bedrijf starten kunnen bij hun gemeente steun aanvragen op basis van het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (BBZ). Dat geldt ook voor gevestigde ondernemers met een levensvatbaar bedrijf die tijdelijk in financiële problemen verkeren. 

Maar wat moet de ZZP’er die al langere tijd geen opdracht kan vinden omdat opdrachtgevers de boot afhouden? Met alle onduidelijkheden rond de Wet DBA en de modelovereenkomsten is dat risico niet denkbeeldig.

Gastblogger: Daniël Killestein *)

Als verantwoord ondernemende ZZP’er heb je natuurlijk een reservepotje om opdrachtloze periodes te overbruggen. Maar voor hoeveel maanden? In mijn eigen omgeving hoor ik wel dat mensen een reservepotje van drie tot zes maanden aanhouden, sommigen zelfs wel voor een jaar!

Als je in de goede tijden van verdienen geld opzij kunt leggen voor de mindere tijden, ben je in de ogen van velen ‘goed’ bezig. Maar wat als je tarief zo laag is dat je nauwelijks iets opzij kunt leggen? Ik zeg niet dat je dan ‘dom’ bezig bent of dat je bedrijf eigenlijk niet levensvatbaar is. Dergelijke uitspraken gaan mij te kort door de bocht: er is altijd wel een reden of oorzaak waardoor je reservepotje minder is dan zou moeten zijn. Nu komt er met de Wet DBA ook nog eens het risico bij dat je als ZZP’er al langere geen opdrachten meer krijgt omdat opdrachtgevers de boot afhouden.

Zowel startende ondernemers die vanuit de WW of vanuit de bijstand een bedrijf starten als gevestigde ondernemers met een levensvatbaar bedrijf die tijdelijk in financiële problemen verkeren kunnen bij hun gemeente een aanspraak maken op een BBZ-uitkering.

De eigen gemeente kan de afhandeling uitbesteed hebben, maar zij moet je in ieder geval vertellen waar je terecht kunt om je aanvraag in te dienen. De praktijk leert echter dat veel gemeenten erg summier zijn met het verstrekken van informatie over de BBZ. Dus zul je zelf moeten uitvinden bij welke instantie of persoon je moet zijn.

Betonnen muur

Als je eindelijk weet waar je jouw aanvraag kunt indienen en de ‘schande voor hulp’ opzij gezet hebt, ga je van start. Helaas zul je gaan merken dat je hier tegen een betonnen muur gaat oplopen. In het eerste gesprek wordt uitgelegd wat de BBZ-regeling inhoudt en worden jouw redenen voor een aanvraag geïnventariseerd. Al snel worden de vragen gesteld welke liquide middelen er nog zijn, welke eventuele overige bezittingen er zijn (zoals auto, caravan, of boot), wat de WOZ-waarde is van het huis, en hoe hoog de hypotheek is. Men probeert snel een compleet plaatje te krijgen om in te schatten hoe hoog de nood is. En dan begint het gedraai…..

Als stelregel hanteren gemeenten dat je eerst alle liquide middelen, reservepotjes en dergelijke moet opmaken. Ook de spaarrekeningen van de kinderen moeten eraan geloven, alles! Fijn is het niet, maar dat is het risico van ondernemen. Misschien dat je nog wel de caravan, boot of andere zaken te gelde kunt maken: je doet tenslotte wat je moet doen om te overleven. Ook rood gaan staan bij de bank is geen taboe. Maar dat men je ook nog probeert wijs te maken dat je polissen moet gaan openbreken die jou oudedagsreserve dekken, dat gaat te ver.

Op 28 januari 2016 is ‘zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen’ de Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw, met als ingangsdatum 1 april van dit jaar.

Op het moment dat je een polis openbreekt die eigenlijk voor je pensioen bedoeld is, dien je ook af te rekenen met de belastingdienst. Dus komt er een rekening voor de inkomstenbelasting die je zult moeten betalen.

Het probleem dat hiermee gecreëerd wordt is dat de toch al opdrachtloze ZZP’er nog dieper in de problemen komt. Hoe ga je immers straks die inkomstenbelasting betalen als er geen opdrachten en dus geen inkomsten geweest zijn? Maar ondertussen bereikt de gemeente haar doel: je onderhoudt jezelf en je blijft weg uit de potjes van de (lokale) overheid.

Maar de dag dat alle potjes leeg zijn en je echt geen kant meer op kunt, gaat zeker komen. Wanneer? Dat is afhankelijk van hoeveel middelen en geldelijke reserve je hebt.

Welkom! Je hebt nu schulden

Het doel is bereikt! Het doel bereikt? Ja, in de ogen van de gemeente heb je hun doel bereikt. Geen liquide middelen meer op de bank, spaarcentjes op, studiefonds van de kinderen op, boot en caravan verkocht, eventuele (persoonlijke) kredieten opgenomen, de bank geeft geen verdere kredieten, je familie en vrienden heb je ook al financieel leeggezogen… Welkom! Je hebt nu schulden en schuldeisers……

Je hebt alles gedaan om de lopende kosten maar te betalen. Je hebt geen gekke aankopen gedaan, je hebt immers de verplichting als goede burger om te proberen uit de schulden te blijven. Maar de koek is op…. Wat nu?

Levensvatbaar?

Nu ben je van ‘harte welkom’ om een aanvraag BBZ in te dienen bij de afdeling die dit beheert. Je gaat met het aanvraagformulier van 11 A4-tjes aan de slag, je gaat met de billen bloot! De medewerker neemt het formulier en de benodigde bijlagen in behandeling. Hiervoor geldt een termijn van 13 weken.

De volgende stap is om te kijken of je bedrijf wel aan een aantal criteria voldoet. Eén van die criteria is dat het ‘levensvatbaar’ dient te zijn. Levensvatbaar wil zeggen dat je inkomen uit je bedrijf, eventueel aangevuld met andere inkomsten, voldoende oplevert voor jou en je gezin en voor de instandhouding van het bedrijf.

Natuurlijk ben je levensvatbaar, denk je: je kunt immers al voor langere tijd in je eigen onderhoud voorzien, alleen nu even niet door die stomme Wet DBA!

Helaas… Je zit als ondernemer nu misschien zo ver in de schulden dat het maar de vraag is of je daar ooit nog uit gaat komen. Gevolg is dat je aanvraag BBZ afgewezen wordt en dat je terug moet vallen op de Participatiewet met zijn schuldsanering.

In de tussentijd van 13 weken die bedoeld is om te onderzoeken of het bedrijf levensvatbaar is, zullen deurwaarders en andere schuldeisers bij je aan de bel trekken om te kijken hoe schulden ingelost kunnen worden.

Het handelen van gemeenten bij een aanvraag BBZ helpt je daar als ZZP’er niet bij, maar brengt je juist van de regen in de drup. Een faillissement zal vrijwel zeker volgen…….

Begin op tijd

Hoewel we ze niet allemaal over één kam moeten scheren zijn er nogal wat gemeenten die alleen maar vertragen en een ondernemer van de wal in de sloot helpen. Maar als ondernemer ben je gelukkig gewend vooruit te kijken en wil je problemen voor zijn.

Als het zover is dat je een aanvraag BBZ moet indienen, laat je dan niet afschepen door de gemeente. Sta erop dat je aanvraag meteen in behandeling genomen wordt. Probeer zoveel mogelijk op schrift te krijgen, ook de redenen waarom je zaak misschien wordt afgewezen? Pas dan kun je daartegen namelijk weer bezwaar maken. De belangrijkste stap ligt bij jezelf: begin voordat het te laat is!

*) Daniël Killestein (1970) is ITIL Service Management consultant. Na 12 jaar bij diverse detacheringsbureaus gewerkt te hebben, begeleidt, adviseert en coacht hij alweer 8 jaar organisaties en professionals bij organisatieveranderingen. Met name in hoe zij de informatievoorziening en ICT dienstverlening kunnen organiseren, optimaliseren en implementeren met gebruikmaking van best practices uit het IT Service Managementdomein. Daniël volgt de ontwikkelingen met betrekking tot de Wet DBA op de voet en is zich daardoor gaan verdiepen in de gevolgen die deze wet tot nu in zijn eigen omgeving heeft. 

2 gedachten over “Bijzondere bijstand? Laat je niet van de wal in de sloot helpen!

  1. Mieke Roth

    Goed stuk, heb er ervaring mee. Daarom nog een aanvulling: de BBZ houd je alleen maar in leven. Je kunt niks anders meer doen wil je niet nog meer schulden opbouwen. Waarmee een gemeente je dus weer klein houdt. O, en iedere omzet (!! dus niet inkomen maar omzet) die je draait gaat af van je uitkering.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *