Broodfondsen: sympathiek maar kwetsbaar

Deze week was ik te gast bij Club Cele in Zwolle. We spraken met zzp’ers over hun leven, hun werk, hun dromen – en over hun sociale vangnet. Waarin broodfondsen steeds vaker een rol spelen. Een sympathiek concept, maar ook kwetsbaar. 

Broodfondsen – mocht u het niet meer precies op het netvlies hebben – zijn lokale netwerken van 20 tot 50 zelfstandigen die onderling een soort verzekering regelen tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Er zijn er inmiddels al meer dan driehonderd van, verspreid door het hele land.

De deelnemers maken elke maand een vast bedrag over naar een geoormerkte privé-rekening. Is een van hen wegens ziekte een tijdlang niet in staat zijn om te werken, dan krijgt hij of zij via het broodfonds van al die rekeningen kleine schenkingen, indien nodig tot twee jaar lang.

Ons dagelijks brood

Hoeveel een deelnemer aan een broodfonds inlegt, bepaalt de hoogte van het bedrag dat hij of zij zelf kan ontvangen als de nood aan de m/v komt. Dat varieert van 33,75 per maand voor een schenking van 750 euro per maand tot 112,50 voor 2.500 euro per maand. Fiscaal is de inleg geen aftrekbare kostenpost en zijn eventuele schenkingen geen belastbaar inkomen.

Over die broodfondsen en wat daar allemaal bij komt kijken, maakte de VPRO onlangs de documentaire Ons dagelijks brood.

Sympathiek maar kwetsbaar 

Die avond bij Club Cele hoorde ik een aantal dingen over broodfondsen die ook voor mij nieuw waren. Zoals dat ze eigenlijk allemaal zijn aangesloten bij dezelfde landelijke organisatie: de BroodfondsMakers, die werkt als een aanjager en een gemeenschappelijk back office.

Ik vind het mooi dat de broodfondsen op die manier aan deskundigheidsbevordering doen (want zo’n fonds besturen en beheren is geen sinecure) en dat ze daar ook samen financiële risico’s afdekken. Dat waren wat mij betreft bedenkelijke kwetsbaarheden in een verder buitengewoon sympathiek concept.

Van coöperatie tot centraal bestuurde moloch

Die nieuwe informatie stelde me aan de ene kant gerust, maar aan de andere kant vraag ik me af of die landelijke structuur niet ook een potentiële bedreiging is van het heel diverse, lokale karakter dat die broodfondsen juist zo bijzonder maakt.

Het doet mij namelijk onweerstaanbaar denken aan de Rabobank. Die is ooit begonnen als een coöperatie van coöperaties en is tegenwoordig een centraal bestuurde moloch (toevallig ook in Utrecht) waar je als lid niks meer te vertellen hebt.

De broodfondsen maken momenteel een razendsnelle groei door, en dat is vaak niet het moment voor bezinning op zulke vragen. Maar ik wens hen oprecht geluk en wijsheid.

Wat een gemeente kan doen om zzp’ers te ondersteunen

Zelf hield ik die avond bij Club Cele trouwens een preekje over een ander onderwerp dat ook op het programma stond: wat een gemeente kan doen om zzp’ers te ondersteunen. In dit geval ging het met name over Zwolle, maar elders is de vraag niet anders.

Ik plaatste een en ander in het licht van de aanstaande verkiezingen voor de gemeenteraden, op 21 maart 2018. Wilt u weten hoe ik dat zie? Lees dan het blog dat ik daar een tijdje geleden over schreef.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *