Mediamensjes, ga gauw weer normaal doen over ‘digitale nomaden’

Digitale nomaden? Ik heb er helemaal niks mee. Alle aandacht ervoor verbaast me alleen maar. Zelfs burgermanskranten die normale zzp’ers met geen tang willen aanpakken, vallen in katzwijm bij het zien van deze extreme variant. Waar komt dat toch vandaan?

Dagblad Trouw ruimde vorige week een hele pagina in voor een verhaal over digitale nomaden die zich ‘overal thuis’ voelen. Ze trekken als een ‘zwerm’ (sprinkhanen?) of als een ‘kudde’ (schapen?) van de ene wifi-oase naar de andere. De kost verdienen ze met ‘toffe projecten’, zoals het digitaal doorverkopen van andermans spullen of het handelen in cryptomunten.

Terwijl het geld (of dat van hun ouders) binnenstroomt op hun digitale bankrekeningen, leiden de digitale nomaden van Trouw ‘een onconventioneel leven’ met veel wisselende contacten (zij het altijd met ‘gelijkgestemden’). Allemaal zijn ze ‘klaar met werken in benauwde cubicles’. In plaats daarvan ontwikkelen ze nu hun ‘volle potentie’ in ‘bamboe gebouwen bomvol mensen achter de laptop’.

‘De volwassen versie van een tussenjaar’

Was het voor Trouw misschien nog een eenmalige bevlieging dat het de digitale nomade in de schijnwerpers zette, het FD blijkt zelfs een freelance reporter te hebben die zich tot dat bestaan heeft bekeerd (althans, voor drie maanden) en die daar met enige regelmaat over gaat berichten.

Haar eerste zendbrief kwam uit Argentinië. Inclusief een panoramische foto van de verslaggeefster op haar billen voor een Patagoonse gletsjer, kon de krant er een hele pagina van maken.

Na anderhalve week (oefff) werken in de ‘coworking-ruimte’ van ‘vier energieke, jonge Argentijnen’, vindt Kuifje het weer welletjes. Dan is het de hoogste tijd om ‘even helemaal offline’ te gaan, om los te komen van ‘de constante druk e-mail te checken’, om ‘op te laden’ en haar hoofd ‘leeg te maken’.

Het ‘avontuur’ voelt voor haar als ‘een volwassen versie van een tussenjaar of een Erasmus-uitwisseling.’ Dat moet een herkenbare vergelijking zijn geweest voor de abonnees van het FD, die natuurlijk ook allemaal over dat ‘gelijkgestemde’ referentiekader beschikken.

Vanzelfsprekend frame

Opvallend aan de samenloop van beide artikelen is de vanzelfsprekendheid waarmee zowel Trouw als FD kiezen voor het romantische frame van de jonge avonturier. Van de rebel die zich bevrijdt van de ketenen van de loonslaaf en ontsnapt aan het zompige Nederlandse klimaat. Van de wereldburger die aan verre kusten de geneugten van het leven smaakt terwijl de (wat zou het Thaise equivalent zijn van gebraden duifjes?) hem of haar in de mond vliegen.

De digitale nomaden van Trouw en het FD zijn mieren die zich ongestraft hebben weten te verpoppen tot krekels. Tsjirpend onder een parasol beroeren ze af en toe even hun laptop, waarmee ze dan genoeg geld verdienen om straks een cocktail te bestellen of een tantra-massage.

De gedachte aan barre winters en voorraadkasten die dan maar beter gevuld kunnen zijn, blijft op veilige afstand. En de krant weet wel beter dan daaraan te herinneren, want voor je het weet sta je te kijk als een benauwde ouwe bibberaar.

Entrepreneur en bon vivant

Hetzelfde fenomeen zagen we in de begintijd van de zelfstandige zonder personeel, waar de digitale nomade evolutionair gesproken natuurlijk de uiterste consequentie van is. Tot de economische crisis van 2007 was het allemaal botertje tot de boom tussen de krekels en de mieren van toen.

ZZP’ers waren vrije jongens en meisjes die nieuwe manieren van werken ontdekten, die met hun creativiteit economie en samenleving innoveerden, en die tot de verbeelding spraken van de negentotvijvers.

Zelf durfden die de stap niet te wagen – want dertiende maand, want pensioen, want leasebak – maar met het droombeeld van de zelfstandige voor ogen konden zij zich toch een beetje entrepreneur wanen en bon vivant.

Van marktvernieuwers naar marktverziekers

Het omslagpunt kwam in 2012, rond de verkiezingen die ons het tweede kabinet Rutte brachten. De PvdA verklaarde op gezag van de vakbeweging de zelfstandige zonder personeel tot ongewenste soort, en kreeg de VVD zo gek om het indammen van de plaag plaatsvervangend ter hand te nemen.

De media maakten dat omhangen van de bordjes lenig mee, en sindsdien heten zzp’ers geen marktvernieuwers meer maar marktverziekers. Van de tien keer dat kranten als Trouw en FD erover berichten, is het nu negen keer negatief.

Romantisch ideaal

In schril contrast tot de laatdunkende behandeling die de doorsnee zelfstandige zonder personeel heden ten dage ten deel valt, staat het gelijktijdige gedweep met de digitale nomade.

De zeldzame zwervende soortgenoot wordt nu even afgunstig bewonderd als destijds de eerste, toen nog sedentaire, zzp’er. Met een zelfde gebrek aan feiten en cijfers, een zelfde gebrek aan context, een zelfde gebrek aan kritische zin, wordt die nu aan de burger voorgehouden als romantisch ideaal.

Waar mag dat vandaan komen? Voor een deel zal het wel platte commercie zijn. De lezer moet nu eenmaal permanent gekieteld worden, en een épater-le-bourgeois verhaal in een weekendbijlage is daar een patent middel voor.

Zinnen prikkelen

Maar ik vrees dat het meer is dan dat. De burgerlijke pers heeft de huis-tuin-en-keuken zzp’er afgeschreven. Alleen de meest exotische variant mag nog voortbestaan. Niet te dicht bij huis en haard, niet op de werkvloer, maar veilig ver weg.

Blijkbaar kunnen negentotvijvers zzp’ers alleen nog verdragen aan de uiterste grenzen van hun verbeelding. Op een gletsjer in Patagonië of in een hostel in Chang Mai. Als online doorverkopers van hebbedingetjes of als handelaren in crypto’s. Waar ze stiekem wel de zinnen prikkelen maar gelukkig geen bedreiging vormen voor het gouden horloge en de gouden trouwring.

Mediamensjes, gaan jullie alsjeblieft gauw weer normaal doen over die digitale nomaden? En over gewone zzp’ers?

Oorspronkelijk geschreven en gepubliceerd als column voor Quote

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *