Een tsunami van flex- en zzp-docenten? Een storm in een glas water…

Onderwijsvakbond AOb windt zich op over het aantal docenten in het voortgezet onderwijs dat geen vaste baan heeft. Met name de zzp’ers moeten het daarbij ontgelden. Maar uit de cijfers komt een ander beeld naar voren. Het onderwijs is juist een walhalla voor liefhebbers van vaste banen, en zelfstandigen komen er nauwelijks aan te pas.

“Aantal flex-docenten met kwart gestegen”, meldde BNR Nieuwradio op woensdag 15 augustus. Het stukje op de website en het item op de radio maakten heel wat los. Vooral Robert Sikkes van onderwijsvakbond AOb maakte zich kwaad. Met name de zzp’ers moesten het ontgelden.

Het verhaal werd gretig opgepikt, van De Telegraaf tot Een Vandaag. BNR Nieuwsradio schermde wel met cijfers die het had opgevraagd bij het CBS, maar liet na die te publiceren. Dus daar zijn we zelf maar even achteraangegaan. En wat blijkt? Er is helemaal niks aan de hand.

Alle vormen van flex en zzp op een hoop geveegd

BNR (en daarmee alle andere media die het verhaal overnamen en steeds groter maakten) heeft gewoon alle vormen van flex en zzp bij elkaar op een hoop geveegd. Ook alle nieuw aangestelde docenten die een tijdelijk contract kregen met uitzicht op vast, worden daarbij tot de flexwerkers gerekend. Alleen dat vertekent al enorm.

Wat ook vertekent, is dat BNR geen aparte cijfers geeft over de zzp’ers. Dat zijn natuurlijk helemaal geen flexwerkers, maar ze worden er wel toe gerekend. Sterker nog: ze worden met nadruk genoemd. Daardoor lijkt het alsof ook (of juist) hun aantal sterk is gestegen. Maar niets blijkt minder waar.

142duizend docenten waarvan 118duizend vast

De CBS-cijfers waar we inzage in kregen en waar BNR zich op heeft gebaseerd, gaan over het voortgezet onderwijs (het praktijkonderwijs, het vmbo, de havo en het vwo). Ze hebben betrekking op de jaren 2014, 2015, 2016 en 2017.

  • Van 2014 tot 2017 nam het aantal docenten toe van 136duizend naar 142duizend.
  • Het aantal docenten met een vaste baan of met uitzicht daarop, steeg daarbij van 115duizend tot 118duizend.
  • Het aantal docenten met een structureel flexcontract nam weliswaar toe van 12duizend tot 14duizend, maar daarbij moet worden aangetekend dat 2015 een recordjaar was met 15duizend flexwerkers. We zijn dus alweer over de top heen.
  • Vergelijkbaars geldt voor de zzp’ers. Daarvan werkten er in 2014 9duizend als docent in het voortgezet onderwijs, in 2015 10duizend, in 2016 8duizend, en in 2017 weer net als aan het begin 9duizend.

De ZZP-docent is een weinig voor de hand liggende oplossing 

Een aannemelijke verklaring voor de stabilisering van het aantal zzp-docenten vanaf 2016, lijkt de opstelling die de Belastingdienst heeft gekozen toen de VAR werd afgeschaft. Daarmee hadden opdrachtgevers jarenlang vrijuit met zzp’ers kunnen werken. Die vrijheid was al langer een doorn in het oog van de Belastingdienst.

Toen de Wet DBA van kracht werd, maakte de fiscus duidelijk dat werken volgens een lesrooster (op gezette tijden en op vaste plekken) niet verenigbaar was met zelfstandigheid. En uitzonderingen daargelaten: wat is werken in het onderwijs anders dan dat? Sindsdien hebben veel schoolbesturen dus weer afscheid genomen van hun zzp’ers.

De zzp’ers die nu nog in het onderwijs werken, doen dat veelal via bemiddelingsbureaus. De bekendste daarvan werken naar eigen zeggen volgens door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten.

Die modelovereenkomsten leggen echter aanzienlijke beperkingen op aan de vrijheid waarmee de directie van een school zelfstandigen kan inzetten. Dat maakt de zzp-docent tot een weinig voor de hand liggende oplossing bij personeelsgebrek.

Het aandeel van zzp’ers is juist afgenomen

Dat wat betreft de absolute aantallen docenten in het voortgezet onderwijs. Kijken we vervolgens naar de totale arbeidsmarkt in die sector en naar de relatieve aandelen die de verschillende contractvormen daar hebben, dan blijft er helemaal niks meer over om je op te winden.

  • In het voortgezet onderwijs is het aandeel vaste contracten en contracten met uitzicht op vast, sinds 2014 maar met twee punten afgenomen. Het staat nu op 83%.
  • Structurele flex is met één punt gestegen tot 10%.
  • Het aandeel van zzp’ers is juist met een punt afgenomen, tot 6%.
  • NB: door afrondingseffecten telt dat op tot 99 in plaats van tot 100.

Een op de twintig docenten is zzp’er, tegen een op de acht van alle werkenden

Als we dat vergelijken met de verhoudingen op de arbeidsmarkt als geheel, dan is het voortgezet onderwijs juist een walhalla voor liefhebbers van vaste banen. Zelfstandigen komen re nauwelijks aan te pas.

  • Liefst acht van de tien docenten hebben een contract voor onbepaalde tijd of uitzicht daarop. Voor alle werkenden is dat zes van de tien.
  • Slechts een op de tien docenten werkt op een flexcontract. Van alle werkenden is dat twee op de tien.
  • En maar een op de twintig docenten is zzp’er, tegen een op de acht van alle werkenden.

Je zou bijna zeggen: “Tijd voor een inhaalslag in het onderwijs!”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *