Extra bezuiniging op zelfstandigenaftrek doorkruist ontwikkeling visie op werk en zekerheid

Met de instelling van de commissie-Borstlap die moet adviseren over de regels die gelden op de arbeidsmarkt, gaf het kabinet nog geen jaar geleden aan dat het geïnteresseerd was in een samenhangende visie op werk en zekerheid. Hoe inkomen uit werk moet worden belast, is van zo’n visie een noodzakelijk onderdeel. Het voornemen om vanaf 2020 nog verder op de zelfstandigenaftrek te bezuinigen dan het kabinet toch al van plan was, doorkruist dat proces van visieontwikkeling – zonder enige inhoudelijke noodzaak.

kaasschaaf snijdt stuk af van zelfstandigenaftrek

(c) Pierre Spaninks 2019

Het derde kabinet-Rutte heeft het niet begrepen op de zelfstandigenaftrek. Al meteen in het regeerakkoord kondigden VVD, D66, CDA en ChristenUnie aan dat de aftrek alleen nog maar zou mogen plaatsvinden tegen het basistarief in de inkomstenbelasting.

Daarbovenop, berichten de media, zou nu ook nog eens een stapsgewijze verlaging komen van het aftrekbare bedrag: van nu 7.280 naar straks 5.000 euro. De opbrengst zou moeten dienen om een lastenverlichting voor werknemers te financieren.

Doorn in het oog

De zelfstandigenaftrek is bestemd voor zelfstandige ondernemers met een eenmanszaak die per jaar minsten 1.225 uur werken in hun eigen bedrijf. Zij mogen een bedrag van 7.280 euro in mindering brengen op hun winst voordat wordt berekend hoeveel inkomstenbelasting zij daarover verschuldigd zijn.

De aftrek is al langer een doorn in het oog van vakbonden en politici, vooral ter linkerzijde. Die vinden dat werknemers er financieel door worden benadeeld en vrezen dat daardoor nog meer mensen worden aangemoedigd om zzp’er te worden.

Ad hoc

De Werkvereniging (en daar ben ik van) wees het voorgenomen besluit meteen af als een ad hoc maatregel. De coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie zet de klok terug door in te gaan tegen de vrijwillige keuze van een groeiende groep mensen om als zelfstandige te werken, speelt categorieën werkenden tegen elkaar uit door een-op-een geld over te hevelen van zelfstandigen naar werknemers, en degradeert de gedachtenwisseling over de toekomst van de arbeidsmarkt zoals die ingezet door de commissie-Borstlap tot een fopspeen.

Samenhangend beleid 

Wat we in dit land dringend nodig hebben is een samenhangend beleid ten aanzien van werk en zekerheid. Liefst een beleid dat mensen de ruimte laat om hun eigen keuzes te maken en dat hen daarin ondersteunt. Daarbij staat de wens voorop om tot een basispakket te komen voor alle werkenden, met zekerheden die aan henzelf zijn gekoppeld in plaats van aan hun relatie tot de arbeidsmarkt.

Het voornemen van het kabinet om nog meer te bezuinigen op de zelfstandigenaftrek, maakt het urgent om bij die zekerheden ook de fiscale behandeling van werkenden te betrekken. Aan een basispakket van zekerheden die je volgen in je leven ongeacht de manier waarop je je formeel verhoudt tot de arbeidsmarkt, heb je niets als het belastingstelsel alsnog je keuzevrijheid beperkt.

Ondernemersrisico

Dat principe betekent wat mij betreft nadrukkelijk niet dat de tarieven in de inkomstenbelasting voor alle werkenden gelijk zouden moeten zijn. Integendeel zelfs. Een belangrijk verschil tussen werknemers (ook flex) en zelfstandigen is dat die laatsten ondernemersrisico lopen.

Anders dan werknemers hebben zelfstandigen ermee te rekenen dat debiteuren niet goed voor hun geld kunnen blijken te zijn, dat het rendement van investeringen in henzelf en in hun bedrijf kan tegenvallen, en dat hun omzet en winst aan schommelingen onderhevig zijn.

Daar moeten die zelfstandigen voor kunnen reserveren, en daarom mag voor de inkomstenbelasting hun brutowinst niet worden gelijkgesteld aan het brutoloon van een werknemer. Als het kabinet het heeft over een “gelijk speelveld” houdt het daar geen rekening mee, en ook de commissie-Borstlap lijkt zich van die noodzaak niet bewust.

“Fiscaal voordeel”

Voor ondernemingen met rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld een bv of nv) is het ondernemersrisico verdisconteerd in het tarief voor de vennootschapsbelasting. Zelfstandigen met een eenmanszaak (met of zonder personeel) betalen over hun winst echter geen vennootschapsbelasting maar inkomstenbelasting. Om hen daarin eerlijk te belasten met het oog op hun ondernemersrisico, dient de zelfstandigenaftrek. Daarmee krijgen zelfstandigen geen “fiscaal voordeel” ten opzichte van werknemers maar wordt voor hen juist een fiscaal nadeel vermeden.

Meer over de achtergrond en de doelen van de zelfstandigen vind je in mijn fact check “Krijgen ZZP’ers zelfstandigenaftrek omdat ze zelf voor hun pensioen en hun verzekeringen moeten zorgen?”

Recessie

Gegeven de belastingsystematiek zou de zelfstandigenaftrek alleen (verder) naar beneden kunnen als het ondernemersrisico zou afnemen. Maar daar heeft het kabinet helemaal niet naar gekeken.

De verdere “versobering” komt juist op een moment dat de Tweede Kamer zich druk maakt om een toename van dat risico, doordat brokers waar zzp’ers in delen van de markt op zijn aangewezen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Naar de toekomst toe zal dat risico ook niet gauw verminderen, integendeel: we worden van alle kanten gewaarschuwd voor een recessie, misschien al in 2020. Het risico dat debiteuren in gebreke blijven of dat investeringen minder renderen wordt daardoor juist alleen maar groter.

Samenspraak

Alle reden dus om niet zomaar wat te gaan snijden in de zelfstandigenaftrek. We waren in dit land bezig om een samenhangende visie te ontwikkelen op werk en zekerheid. Een visie die tot stand moest komen in samenspraak met alle betrokkenen, zodat er draagvlak ontstaat voor de maatregelen die erop moeten volgen.

Hoe inkomen uit werk moet worden belast, is van zo’n visie een noodzakelijk onderdeel. Met de voorgenomen maatregel doorkruist het kabinet dat proces zonder dat er enige inhoudelijke noodzaak voor is.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *