Misschien wil de ACM wel tariefafspraken toestaan, maar dat is dan niet voor ZZP’ers

Volgens een bericht van BNR zou de Autoriteit Consument en Markt ZZP’ers willen gaan helpen om tariefafspraken te maken. Daarop gaf ik mijn commentaar in BNR Zakendoen. Dat moest even snel in het kort. Hier het hele verhaal, dat – u voelt hem al – net wat genuanceerder ligt.

Er is een groep werkenden in Nederland die in een heel afhankelijke positie zit, doordat het geen echte zelfstandigen zijn en ook geen echte werknemers. Dan hoeft u niet meteen weer aan fietskoeriers en Uber-chauffeurs te denken, het gaat bijvoorbeeld ook over mensen die vanuit huis reclamefolders bezorgen.

Deze groep heeft vaak een laag inkomen en weinig sociale zekerheid. Als het echte zelfstandigen waren, zouden ze voor zichzelf kunnen onderhandelen met hun opdrachtgever. Als het echte werknemers waren, zou de vakbond dat voor hen kunnen doen. Maar dat zijn het geen van tweeën.

Mededingingsrecht

De groep waar het om gaat kunnen we het beste aanduiden als afhankelijke werkenden die geen arbeidsovereenkomst hebben. Die vallen dus tussen de wal en het schip. En het is best een logische gedachte om die groep collectief afspraken te laten maken, al dan niet via de vakbond, al dan niet in een cao.

Tot voor kort ging de Autoriteit Consument en Markt er altijd dwars voor liggen als de vakbonden zo iets opperden. De toezichthouder redeneerde: als je geen werknemer bent dan ben je zelfstandige, en zelfstandigen mogen onderling geen afspraken maken over hun prijzen en tarieven. Net zoals grote bedrijven dat ook niet mogen.

Op zich was dat begrijpelijk, want het is nu eenmaal de taak van de ACM om het Mededingingsrecht te handhaven. Dat zorgt ervoor dat bedrijven de prijs niet kunnen opdrijven en dat er concurrentie mogelijk blijft. Daar hebben we ook internationale afspraken over, binnen de EU.

Schijnzelfstandigen

Wat je nu ziet gebeuren, is dat ook de ACM langzamerhand oog voor krijgt voor die groep van noem het voor mijn part ‘schijnzelfstandigen’, en begint in te zien dat die groep toch een beetje bescherming nodig heeft.

Op zich blijkt dat ook best te kunnen zonder dat je meteen de hand hoeft te lichten met het Mededingingsrecht. Drie jaar geleden bijvoorbeeld heeft de rechter uitgesproken dat de vakbond cao-afspraken mag maken voor de zogenaamde ‘remplaçanten’, de vaste vervangers waar orkesten mee werken als er een orkestlid ziek wordt. Dat bleek juridisch gewoon te kunnen – omdat het geen zzp’ers waren.

De ACM zegt nu: we zouden vaker willen kijken naar specifieke groepen, waar die precies zitten op de lijn tussen echte zelfstandige en echte werknemer, en of er ruimte is om daarvoor toch afspraken toe te staan.

Dat is een heel voorzichtige koerscorrectie van de ACM, zonder dat daarbij het wettelijk principe wordt losgelaten. Dat is winst. Niet alleen voor de afhankelijke werkenden die nu nog tussen wal en het schip vallen, maar ook voor de echte zelfstandigen. Want die hoeven dus niet bang te zijn dat de vakbond zich ook met hen gaat bemoeien en gaat bepalen wat zij voor hun werk moeten vragen.

Alternatief: de fictieve dienstbetrekking

Overigens is het probleem waarvoor nu langs deze weg een oplossing wordt gezocht zo niet door de politiek gecreëerd dan wel ernstig verergerd.

Voordat de Wet DBA werd ingevoerd genoot een groot deel van de afhankelijke werkenden zonder arbeidsovereenkomst een zekere mate van sociale bescherming (o.a. wettelijk minimumloon) doordat ze vaak vielen onder de zogenaamde Gelijkgesteldenregeling of de Thuiswerkersregeling. Dan hadden ze wat heet een ‘fictieve dienstbetrekking’ en moest de opdrachtgever loonbelasting en sociale premies voor hen afdragen. Dat hoefde alleen niet als het echte zelfstandigen waren, wat kon worden aangetoond met een VAR-verklaring.

Maar door de invoering in 2016 van de Wet DBA kwam die VAR-verklaring te vervallen, en konden opdrachtgevers niet meer snel zien of die Gelijkgesteldenregeling nu wel of niet van toepassing was. Vooral de uitzendbureaus en andere bemiddelaars in zzp’ers maakten zich daar grote zorgen over, omdat hen dat veel geld kon kosten.

Om die marktpartijen tegemoet te komen heeft het vorige kabinet, met staatssecretaris Wiebes en minister Asscher, een Algemene Maatregel van Bestuur getroffen die het voor opdrachtgevers en intermediairs mogelijk maakt om in de opdrachtovereenkomst te regelen dat de opdrachtnemer afstand doet van zijn of haar aanspraken op o.a. de Gelijkgesteldenregeling.

Dat ging dan via een heel ingewikkelde juridische formulering waar bijna niemand de consequenties van overzag, dus daar hebben op grote schaal mensen (zonder het te beseffen) een stuk sociale bescherming weg getekend waar ze anders bijna automatisch recht op hadden gehad.

Als de huidige minister van Sociale Zaken snel het probleem wil oplossen van de afhankelijke werkende die geen werknemer is maar ook geen echte zelfstandige, dan kan hij dus ook gewoon deze ontsnappingsroute weer afsluiten. Dan heeft hij met dat hele Mededingingsrecht en die hele ACM niks te maken.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *