Nieuwe CBS-cijfers over pensioenen en verzekeringen ZZP geven onvolledig beeld

Drie van de vier zelfstandig ondernemers zonder personeel hebben inmiddels een voorziening getroffen voor hun oude dag. De arbeidsongeschiktheidsverzekering is echter nog steeds niet populair. Slechts een op de vijf heeft er een. Dit blijkt uit de vandaag gepubliceerde Zelfstandigen Enquête Arbeid 2017. 

In een eerste reactie stelt ZZP-expert Pierre Spaninks vast dat dit onderzoek voor wat betreft de pensioenen van zzp’ers een positievere indruk geeft dan eerdere peilingen. De bevindingen over verzekeringen bevestigen wat we al wisten, namelijk dat die niet aansluiten op de wensen en behoeften van zzp’ers.

Toch zou het een vergissing zijn om nu uit dit onderzoek stellige conclusies te trekken, zeker niet beleidsmatig. De cijfers die het geeft zijn slechts gemiddelden over een heel diverse groep van zzp’ers: zowel fulltimers die veel belang hebben bij inkomensverzekeringen als parttimers voor wie die een stuk minder relevant zijn.

Bovendien kijkt het onderzoek als het over arbeidsongeschiktheid gaat alleen naar de gangbare verzekeringsproducten. Meer ondernemende oplossingen om risico’s te managen, zoals de broodfondsen, blijven buiten beschouwing. Daardoor geven de cijfers een onvolledig beeld van de werkelijkheid.

Sparen en beleggen voor de oude dag? Ja graag!

Van de 75% zzp’ers die iets regelen voor hun pensioen, doet een derde dat door te sparen of te beleggen, en een derde door te investeren in een eigen woning. Iets meer dan een kwart is (op basis van eerder werk in loondienst) aangesloten bij een pensioenfonds.

Wel of niet een pensioenvoorziening treffen hangt duidelijk samen met de financiële situatie van de onderneming. Naarmate zzp’ers die als beter ervaren, is het percentage met een pensioenvoorziening groter.

Een AOV? Liever niet!

Gemiddeld een op de vijf zzp’ers betaalt premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Iets meer in de leeftijdsgroep van 25 tot 65, iets minder in de groepen daaronder en daarboven. Zelfstandigen die geen AOV hebben afgesloten, geven daarvoor verschillende redenen op.

  • Ruim 70% vindt zo’n verzekering te duur, met name in de bouw en recreatie.
  • Bijna een kwart geeft aan het financiële risico zelf te kunnen dragen. Dat zijn vooral 55-plussers die nog maar een beperkte periode tot hun pensioen hoeven te overbruggen.
  • Daarnaast geeft ruim een vijfde als reden aan dat men kan terugvallen op het inkomen van de partner. Dat zijn met name vrouwelijke ondernemers zonder personeel.
  • Tot slot geeft 14% aan verzekeraars niet te vertrouwen. In de bouw speelt dat zelfs bij 25% van de onverzekerden.

Net als bij het pensioen hangt ook het afsluiten van een AOV samen met de financiële situatie van de onderneming. Zelfstandig ondernemers zonder personeel zijn vaker verzekerd tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid naarmate ze er financieel beter voorstaan.

Reactie

De resultaten van de Zelfstandigen Enquête Arbeid 2017 komen op een politiek gevoelig moment. Er is veel te doen over de verzekeringen en de pensioenen van zzp’ers, en van verschillende kanten wordt aangedrongen op invoering van verplichte collectieve regelingen, vanuit een somber beeld van de omstandigheden waarin zzp’ers verkeren. Daarom is het belangrijk om deze cijfers (zoveelste) op hun juiste waarde te schatten.

De ZEA 2017 bevat cijfers over het jaar 2015 voor de groep van 899.000 zzp’ers voor wie het zzp-inkomen het hoofdinkomen was. Voor ongeveer 60% van die groep was het zzp-inkomen ook het enige inkomen. Voor 40% was het zzp-inkomen het voornaamste inkomen naast neveninkomsten uit bijvoorbeeld loon, een uitkering, of een pensioen.

Zelfstandigen met alleen een zzp-inkomen hadden in 2015 een persoonlijk inkomen (omzet minus kosten, voor belastingen) van bijna 36.000 euro. Zelfstandigen met neveninkomsten hadden gemiddeld een zzp-inkomen van 26.000 euro en neveninkomsten van 7.500 euro.

Beide groepen zijn zeer heterogeen, met name wat betreft de tijd die aan de onderneming wordt besteed. Voor de zuiverheid van de discussie was het beter geweest om het onderzoek nadrukkelijk te richten op de groep zzp’ers die fulltime werkt en voor wie het zzp-inkomen het enige inkomen is. Voor andere groepen zijn maatregelen om zzp-inkomen te beschermen minder relevant. Doordat CBS en TNO die toch meenemen, wordt het gemiddelde beeld ongunstiger.

De ZEA 2017 laat voor wat betreft de pensioenen van zzp’ers een positiever beeld zien dan andere onderzoeken. Dat beeld is in lijn met de bevindingen van de WRR in het recente rapport Voor de zekerheid. Daarmee vormt de ZEA een waardevolle aanvulling voor de discussie.

Interessant aan de cijfers die TNO en CBS presenteren over voorzieningen voor de oude dag, is dat ze niet alleen betrekking hebben op de gangbare pensioenproducten van financiële instellingen, maar ook op typische ondernemers-oplossingen zoals het opbouwen van waarde in de onderneming en het opbouwen van vermogen door aflossingen van de hypotheek op de eigen woning.

Des te meer valt op dat, als het gaat over maatregelen tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid, TNO en CBS alleen kijken naar één specifieke oplossing: de AOV. Maar net als bij voorzieningen voor de oude dag, zijn ook daar echter meerdere mogelijkheden voor. Denk alleen al aan de broodfondsen, die sterk in opkomst zijn. Dat de situatie van zzp’ers qua verzekeringen zo veel slechter lijkt dan die voor pensioenen, zal mede komen doordat daar geen aandacht aan is besteed.

Juist nu in de politiek weer wordt aangedrongen op een verplichte AOV voor zzp’ers, was het verstandig geweest als de onderzoekers zich ook op dat terrein breder hadden georiënteerd. Nu geven de cijfers een onvolledig beeld van de werkelijkheid.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *