Ondernemen onder de wet DBA: de ZZP’er 2.0

Flexibilisering gaat nooit meer weg, en “zzp is here to stay”. De toekomst ligt in resultaatgerichte samenwerking van ondernemende opdrachtgevers en ondernemende zelfstandige professionals.

Goed opdrachtgeverschap en goed opdrachtnemerschap leveren daarvoor het fundament. Daaraan handen en voeten geven is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van beide partijen. Ondernemende intermediairs kunnen daarbij een belangrijke ondersteunende rol spelen.

Dit blog is de schriftelijke neerslag van een presentatie die ik mocht geven tijdens de inspiratiesessie “Grip op inhuur” die op 1 december 2016 werd georganiseerd door Yacht. Het eerste deel van mijn presentatie, over ‘diepe flexiblisering’, was gebaseerd op het blog Flex en zeker dat ik eerder publiceerde samen met Anne Meint Bouma. Daarin gaven wij ook een schets van een nieuw sociaal stelsel dat aansluit op die flexibilisering. Dat eerste deel sla ik hier over, om meteen door te springen naar de vraag hoe inhuurders, zzp’ers en intermediairs onder de wet DBA hun ondernemerschap op een hoger plan kunnen brengen.

“Flexibilisering gaat nooit meer weg”

De zelfstandige die je als een klapstoeltje tevoorschijn kon halen als je hem nodig had en die je weer kon opbergen als je hem niet meer nodig had, die heeft alweer afgedaan. De diepere flexibilisering gaat nooit meer weg, en ZZP is here to stay.

Dat zouden we niet meer kunnen terugdraaien al wilden we het. En als we het toch proberen, dan is dat de dood in de pot voor economie én samenleving. Den Haag heeft dat nog even niet in de gaten, daar moet dat inzicht nog doordringen. Dat is jammer voor Den Haag, en dat is lastig voor ons.

Maar wij laten ons daardoor niet van de wijs brengen. Want wij zijn wél entrepreneurial, of we nou persoonlijk ondernemer zijn of ‘alleen maar’ manager in een ondernemend bedrijf.

Wij zien kansen in de markt, wij zien mogelijkheden om mooie producten of diensten te ontwikkelen die in een behoefte voorzien, wij hebben in de gaten hoe we die zo kunnen produceren dat we ze tegen een goeie prijs in de markt kunnen zetten, en wij weten wat voor organisatie we daarvoor nodig hebben, met welke structuur, met welke systemen, met welke processen, met welke mensen en op welke basis.

Dat verhaal is onze business case. Die stellen wij voorop. Daarbij kiezen wij zelf met wie wij willen samenwerken en hoe. Wetten en regels zijn daarbij een randvoorwaarde, niet het uitgangspunt.

Dat wil niet zeggen dat we onze ogen sluiten voor wat er ondertussen in de wereld om ons heen gebeurt. We gaan natuurlijk niet doen alsof de wet DBA er niet is. Dat zou dom zijn.

De driehoek van inhuurder, zzp’er en intermediair

Wat is er aan de hand in de wereld om ons heen, hoe reageren we op de afschaffing van de VAR, hoe kunnen we daarmee dealen? Ik verplaats me achtereenvolgens in de positie van de inhuurder, de zzp’er, en de intermediair. Ieder voor zich en god voor ons allen, dat gaat hier niet werken. We hebben elkaar nodig.

De overgrote meerderheid van de inhuurders heeft zich afgelopen maanden zo goed en zo kwaad als dat ging proberen te informeren over de gevolgen van de afschaffing van de VAR. Zij hebben zich verdiept in de modelovereenkomsten, zijn hebben er een van de site van de Belastingdienst gehaald of er zelf een laten opstellen, of zij hebben gezegd: “Dit wordt mij te ingewikkeld, als ik een zzp’er inhuur doe ik dat liever via een intermediair die de risico’s voor me wegvangt, en daar heb ik best een paar centen voor over.”

“Klaar is Kees,” dachten de meeste inhuurders toen. Tot ze erachter kwamen dat zelfs de beste modelovereenkomst geen echte zekerheid vooraf geeft, althans niet op de vrijwel ongeclausuleerde manier waarop de VAR dat deed. Toen gingen zij twijfelen of zij er überhaupt nog wel goed aan deden om onder de wet DBA met zzp’ers te blijven werken.

Sommigen van hen hadden al besloten om dat minder te gaan doen of helemaal niet meer, nu meteen of straks per 1 januari. Anderen hebben dat pas recent besloten, toen staatssecretaris Wiebes afkondigde dat hij de handhaving door de Belastingdienst zou uitstellen tot na 1 januari 2018 – tenminste voor de ‘goedwillenden’ – zonder dat iemand wist wat nou precies het verschil was. Mij zult u daar geen kwaad woord over horen zeggen.

“De grote klap moet nog komen”

Hugo-Jan Ruts heeft met zijn platform ZipConomy een rondje gemaakt langs managers die verantwoordelijk zijn voor het inhuurbeleid van grotere ondernemingen, al dan niet beursgenoteerd en overheden cq semi-overheden.

Uit zijn inventarisatie blijkt dat de verlenging van de implementatieperiode en de aankondiging dat er niet gehandhaafd wordt, geen enkel effect heeft op het standpunt van die grote inhuurders ten aanzien van de Wet DBA. De deur voor zzp’ers zit daar grotendeels op slot en dat blijft zo.

Voor dit type organisatie geldt maar een uitgangspunt: compliance. Het voldoen aan de eisen van de wet is veel relevanter dan het vermijden van een naheffing of een eventuele boete. Dit geldt zowel voor overheden als voor grote, al dan niet beursgenoteerde ondernemingen.

Het verlengen van de implementatieperiode en dus van de onduidelijke status van de huidige modelovereenkomsten, verlengt alleen ook de periode waarin het voor deze organisaties niet 100% duidelijk is op welke manier ze kunnen voldoen aan de wetgeving.

Uit een eerdere inventarisatie was al gebleken dat deze grote bedrijven voornemens waren afscheid te nemen van tussen de 50 en de 80% van hun huidige zzp-populatie, en dat zij dezelfde stringente normen hanteren voor nieuwe opdrachten.

Deze vraaguitval is in de huidige cijfers over de effecten van de Wet DBA nog maar voor een klein deel terug te vinden. Binnenkort kom ik zelf weer met nieuwe cijfers, samen met IG Group, en ook daar zal dat effect maar ten dele in zitten.

Veel organisaties die hun inhuur DBA-proof aan het maken zijn, hanteren 1 januari 2017 als deadline. De grote klap moet dus nog komen. De uitspraken van de staatssecretaris zorgen er hooguit voor dat de afbouw van de inzet van zelfstandigen in een iets rustiger tempo gaat.

De inhuur van zzp’ers weer op gang te brengen

In de hoorzitting van de Tweede Kamer op 1 december 2016 hebben diverse stakeholders hun licht op dat probleem laten schijnen, en een voorschot genomen op mogelijke maatregelen om de markt voor de inhuur van zzp’ers weer op gang te brengen zonder de deur wagenwijd open te zetten voor nieuwe schijnconstructies.

Een eenduidig beeld komt daar niet uit naar voren, en eigenlijk alle suggesties die werden gedaan zouden pas hun beslag kunnen krijgen – op zijn vroegst in de loop van komend jaar. Inhuurders die ‘gewoon’ zekerheid vooraf willen dat zij geen onverantwoorde risico’s lopen als zij in zee gaan met een echte zelfstandige, hebben daar hoegenaamd niets aan.

De zelfstandigen – althans de slimmeriken onder hen – hebben wel begrip voor het probleem van de inhuurders. Alleen kunnen zij daar niet zo veel mee. Degenen die nog in lopende opdrachten zitten maken zich zorgen over de voortzetting daarvan, degenen die momenteel geen opdracht hebben vragen zich af of zij die ooit nog zullen krijgen, en degenen die een mooie opdracht zijn kwijtgeraakt of misgelopen, die zijn boos of verdrietig of allebei.

Gelukkig voor de inhuurders richt de onvrede van die zzp’ers zich niet op hen, maar op het kabinet dat er zo’n zootje van heeft gemaakt zonder een in hun ogen geldige reden.

De alternatieven die zich aandienen voor werken op basis van zelfstandigheid, spreken bijna geen zzp’er aan. Want die meesten onder hen – dat onderkent zelfs het Centraal Planbureau – zijn bewust zelfstandig ondernemer en willen dat blijven ook. Anders dan de modale flexwerker wil de zelfstandige professional geen dienstverband, niet tijdelijk en niet vast, geen uitzendovereenkomst, en al helemaal geen payroll-constructie.

Sommigen zoeken nu individueel of samen het gesprek met hun opdrachtgever. Soms stappen ze zelfs samen naar de staatssecretaris, zoals de freelancers in de media, en bereiken daar dan nog wat ook.

Anderen maken plannen om zich in het buitenland te vestigen en van daaruit Nederlandse markt te bedienen. Voor software-ontwikkelaars, websitebouwers en bepaalde typen adviseurs is dat prima te doen. Weer anderen blijven in Nederland maar verleggen hun aandacht naar opdrachtgevers in het buitenland, zoals veel bouwvakkers in grensstreek.  Of, wat al een tijdje gaande is: ze ontwikkelen compleet nieuwe businessmodellen.

De klassieke ‘eenpitter’ is in rap tempo aan het verdwijnen. De trend is dat zelfstandigen het steeds vaker met elkaar doen: niet alleen werkruimte delen, maar ook samen producten ontwikkelen, die samen vermarkten, samen opdrachten uitvoeren, en samen geld verdienen. Dat is niet alleen leuker, maar vooral ook slimmer.

Netwerken van zelfstandige professionals

Een fantastisch voorbeeld van een ontwikkeling die weleens heel groot kon worden, vindt trendwatcher Adjiedj Bakas het netwerk van Ondernemende Juristen. Die kapen steeds vaker grote opdrachten weg voor de neus van gevestigde kantoren, zoals met de virtuele juridische afdeling die zij ontwikkelden voor een groot energiebedrijf.

In zijn boek ‘Megatrends Werk’ benadrukt Bakas dat de overgrote meerderheid van de zelfstandige professionals geen ondernemer is geworden uit noodzaak, maar uit kracht. Hun keuze voor zelfstandigheid is niet ingegeven door de vorm van de arbeidsrelatie of de vermeende belastingvoordeeltjes, maar door de behoefte om hun vakmanschap te laten gelden. “In een team met collega’s die jou aanvullen is daar nog meer ruimte voor dan wanneer je in je uppie werkt.”

Ook de klant profiteert van de toenemende samenwerking tussen zelfstandige professionals. Die krijgt namelijk een op maat samengesteld team met allemaal mensen die en kennis van zaken hebben én ieder voor zich gemotiveerd zijn om zich voor die speciale opdracht in te zetten. En dan zijn ze ook nog eens relatief goedkoop – niet omdat ze hun sociale lasten niet in verwerken in hun tarief zoals de vakbonden blijven roepen, maar omdat ze weinig overhead hebben.

Grote bureaus zullen het daarom in de toekomst steeds vaker moeten afleggen tegen samenwerkende zelfstandigen, dacht Bakas in 2014: “Ze zullen het niet openlijk toegeven, maar ze beginnen de concurrentie nu al te voelen.” In een recent onderzoek van Consultancy.nl in samenwerking met de ROA zeggen ceo’s uit de consultancybranche dat nu ook met zoveel woorden.

Dat zijn allemaal machtig interessante ontwikkelingen. Komend jaar ga ik daar onderzoek naar doen. Waar zitten die samenwerkingsverbanden van zzp’ers? Hoe komen ze tot stand? Wie maken er deel van uit? Hoe los zijn ze en hoe vast? Waaruit exact bestaat de toegevoegde waarde voor hun klanten? Hoe creëren ze die, concreet? Wat zijn hun succesfactoren, wat hun risico’s? Heel belangrijk om daar inzicht in te krijgen, wat die pioniers allemaal aan het doen zijn. Ook voor gevestigde partijen.

“Dat de DBA sneuvelt is een reële mogelijkheid, maar wat komt er dan voor in de plaats?”

Wat betekent dit alles nu voor de inhuurder? De onzekerheid rond de DBA zal voorlopig nog wel even aanhouden. Op 8 december komt er weer een kamerdebat, misschien met een nieuw voorstel van Wiebes, misschien ook niet. In elk geval nog niet met een aanpassing van het arbeidsrecht, want dat is taaie materie en misschien hoeft dat ook helemaal niet. Dan zijn er op 15 maart verkiezingen voor de Tweede Kamer, waarna er weleens een langdurige formatie zou kunnen volgen.

Dat de wet DBA daarin definitief sneuvelt is een reële mogelijkheid, maar wat komt er dan voor in de plaats? Voordat we daar duidelijkheid over hebben, zijn we een jaar verder, misschien wel twee jaar. Bedenk dat de eerste stappen om de VAR af te schaffen al in 2013 werden gezet door de voorganger van Wiebes, Frans Weekers.

Terug naar de kern 

Op de uitkomst van dit alles kunnen verantwoordelijke inhuurders niet wachten. Want ondertussen raken ze hun beste zzp’ers kwijt aan concurrenten in het midden- en kleinbedrijf, voor wie compliance een minder belangrijke overweging is. Ondertussen worden de zzp’ers die zij hebben laten gaan en die daardoor in hen teleurgesteld zijn geraakt, een stoorzender in hun marktcommunicatie. En de meer ondernemende lieden die zij hebben laten gaan, komen zij voor ze het weten tegen in de markt, als gretige en ‘agile’ concurrenten.

Dat gaat de politiek niet oplossen, dat gaat VNO-NCW niet oplossen, dat gaat MKB Nederland niet oplossen. Dat moeten inhuurders zelf doen. En gelukkig is het daar nog niet te laat voor. Zij doen er goed aan zich daarbij niet te laten afleiden door de discussie over hoe de Belastingdienst welk regeltje gaat handhaven. En ook niet door hoe minister Asscher wel of niet het arbeidsrecht gaat herijken en hoe begrippen als ‘gezag’ en ‘persoonlijke arbeid’ wel of niet een nieuwe invulling krijgen.

Veel slimmer is het als om terug te grijpen op de kern van de onderneming, op de eigen business case. Wat was ook al weer onze visie, wat de strategie? Wat moeten we daarom doen, voor wie? En hoe doen we dat, welke organisatie hebben we daarvoor nodig, welke structuur, welke systemen, welke processen? En vooral ook: wat voor mensen, welke mensen, hoe vinden we die, en hoe binden we die? Het is deze business case die het antwoord levert voor onze recruitment vragen, niet de wet van Wiebes, niet de wet van Asscher.

“Wie vanuit de inhoud zelfstandige professionals nodig heeft, laat zich door de DBA niet weerhouden”

Wie de meeste waarde kan creëren met mensen in vaste dienst, neemt mensen in vaste dienst. Wie opziet tegen de lasten en de risico’s daarvan, gaat daar niet over lopen mekkeren maar neemt zijn of haar business case nog eens onder de loep, of die echt wel zo winstgevend is. En wie vanuit de inhoud zelfstandige professionals nodig heeft om waarde te creëren, laat zich door de wet DBA niet weerhouden om die in te huren.

Niet als klapstoeltjes, want dan komen we in de problemen met onze compliance. Wel als business partners, dat wil zeggen als kleinere maar gelijkwaardige ondernemers die kennis en kunde toevoegen aan onze organisatie. Want dat heeft altijd gemogen en dat zal ook altijd blijven mogen. En daarbij zetten we samen vooral stevig in op de ontwikkeling van dat goede opdrachtgeverschap en dat goede opdrachtnemerschap, daar geven we samen invulling aan.

Partijen als Yacht kunnen bij dit alles ook in de toekomst goede diensten bewijzen, mits ook zij zich verder ontwikkelen in het licht van die diepere flexibilisering. Klanten helpen hun compliance te borgen zal zeker nuttig blijven, maar in deze business kan iedereen dat die dat wil. Op termijn is dat wel genoeg om in business te blijven, maar niet genoeg zijn om onderscheidend te zijn.

De intermediair als ‘trusted advisor’

Ik denk dat de toekomst is aan de intermediair als ‘trusted advisor’. Aan de partner die inhuurder en zelfstandige professional allebei helpt om samen hun weg te vinden in de nieuwe context, aan de wijze raadgever die hen begrijpt tot in hun achterliggende drijfveren, die hen van daaruit helpt om hun doelen te realiseren, die hen blijft aanmoedigen en begeleiden, die hen steeds weer tot reflectie aanzet, en die hen als het nodig is ook durft bij te sturen.

Om die rol te kunnen spelen en te mogen spelen, moeten intermediairs gezag hebben en vertrouwen genieten. Dat gezag en dat vertrouwen moeten ze verdienen, dat moeten ze behouden en verdiepen, en dat moeten ze tonen – vooral door zelf het goede voorbeeld te geven.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *