Pensioenfondsen die een aanbod voor zelfstandigen willen ontwikkelen, moeten eerst investeren in de relatie

Moeten pensioenfondsen zich ook gaan richten op zelfstandigen? Een echte noodzaak daartoe is er niet, noch maatschappelijk noch bedrijfsmatig. Bovendien staat de doelgroep er niet bepaald om te trappelen.

Een fonds dat toch die kant op wil, zal dan ook om te beginnen flink moeten investeren in zijn relatie met zelfstandigen. Dat betoogde ik deze week in een presentatie voor leden van de Pensioenfederatie.

Anders dan vaak wordt gedacht, staan zelfstandigen als groep er niet slecht voor als het gaat om hun oudedagsvoorziening. De veelgebruikte norm van een pensioen ter hoogte van 70% van het bruto-inkomen haalt een deel van hen niet, maar een vergelijking van hun netto-inkomen voor en na de pensioendatum laat een veel gunstiger beeld zien.

Andere groepen lopen grotere risico’s dan zelfstandigen

Uit recent onderzoek van het kennisnetwerk Netspar (1) hoe toereikend de oudedagsvoorziening is van Nederlanders tussen de 35 en de 65 jaar, blijkt dat zelfstandigen er helemaal niet zo veel op achteruit gaan.

Gemiddeld houden zelfstandigen als ze stoppen met werken maar liefst 96% over van hun netto-inkomen. De laagste inkomensgroepen gaan er zelfs een beetje op vooruit. Alleen zelfstandigen in de hoogste inkomensgroep worden met een flinke terugval geconfronteerd, naar 73%.

Voor zelfstandigen met de laagste inkomens legt de AOW een stevige basis. Naarmate zelfstandigen een hoger inkomen uit arbeid hebben, zijn er vaker ook vermogenscomponenten aanwezig als aandelen en obligaties, vermogen in de onderneming, en een netto woningwaarde na aftrek van eventuele hypotheekschulden.

Uit hetzelfde onderzoek van Netspar blijkt dat andere groepen dan zelfstandigen een veel groter probleem hebben met hun pensioenopbouw. Met name de niet-westerse allochtonen van de eerste generatie, gescheiden ex-partners, weduwen en weduwnaars, en mensen die al langer dan een jaar zijn aangewezen op een arbeidsongeschiktheidsuitkering gaan geld te kort komen.

Aanvulling 22/11/2018: Uit een herberekening van het CBS blijkt dat er zelfs een groep is van meer dan 900.000 werknemers die geen pensioen opbouwen via hun werkgever. Dat is bijna even veel als er zzp’ers zijn.

Niets dat op een dramatische ontwikkeling wijst

Vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid zouden pensioenfondsen zich beter zorgen kunnen maken om die andere risicogroepen dan om zelfstandigen. AIs er geen dringend maatschappelijke argument is voor pensioenfondsen om voor zelfstandigen een aanbod te ontwikkelen, is er dan misschien een bedrijfsmatige noodzaak?

Die zou zich theoretisch kunnen voordoen als door de toename van het aantal zelfstandigen het aantal mensen dat nog onder een verplichte pensioenregeling valt zo ver zou teruglopen dat het te beleggen vermogen slinkt en dat de uitvoeringskosten per deelnemer oplopen.

Er is echter niets dat op zo’n dramatische ontwikkeling wijst, noch bij de huidige noch bij de te verwachten arbeidsmarkt. De totale werkzame beroepsbevolking bestaat volgens de laatste cijfers van het CBS (2) uit 8,6 miljoen mensen en neemt maandelijks met gemiddeld 20.000 toe. De overgrote meerderheid daarvan vindt werk in loondienst.

Zo komen er meer werknemers met een verplichte pensioenregeling bij dan dat er zelfstandigen af gaan. Het draagvlak van de pensioenfondsen wordt daarmee eerder sterker dan zwakker, dus ook bedrijfsmatig hoeft de toename van het aantal zelfstandigen hen geen zorgen te baren.

Kansen en risico’s

Desondanks kan een ondernemend pensioenfonds reden zien om een aanbod te ontwikkelen voor zelfstandigen, bijvoorbeeld voor die beperkte groep die nu het meeste verdient en die er straks het meeste op achteruit dreigt te gaan. Commercieel kan dat een aantrekkelijke optie lijken, en er is niets op tegen om die te onderzoeken.

Zo’n ondernemend pensioenfonds zal dan wel rekening moeten houden met een aantal risico’s. De doelgroep is immers zeer heterogeen, is nauwelijks georganiseerd dus lastig bereikbaar, heeft over het algemeen geen positieve perceptie van pensioenfondsen, ervaart de verplichte regelingen die voor sommige beroepsgroepen bestaan als knellend, en kent in de markt al meerdere alternatieve aanbieders.

Dat betekent dat een pensioenfonds dat een aanbod wil ontwikkelen voor zelfstandigen, een uphill battle tegemoet kan zien. Het zal om te beginnen doordrongen moeten zijn van en begrip moeten tonen voor de basiseisen die de doelgroep aan een oudedagsvoorziening stelt.

Aan verplichtingen hebben zelfstandigen een broertje dood, als zij een reserve opbouwen willen zij flexibel kunnen inleggen, en de opgebouwde gelden willen zij vrij kunnen besteden, bijvoorbeeld ook om een mindere periode te kunnen overbruggen of om nieuwe kennis en vaardigheden te ontwikkelen. Daarbij zullen zij hoge eisen stellen aan de transparantie van de bedrijfsvoering, en zullen zij ook een stem willen in bestuur en toezicht.

Zoeken naar vertegenwoordigers om mee te overleggen, is een heilloze weg

Pensioenfondsen zijn van oudsher gewend zich in te zetten voor de oudedagsvoorziening van werknemers. Daarover hebben zij altijd zaken kunnen doen met de vakbonden van werknemers en de organisaties van werkgevers. Daardoor hebben zij tot nu toe weinig kennis kunnen opbouwen van zelfstandigen, laat staan affiniteit met.

Kennis van en feeling voor je klanten is natuurlijk een absolute voorwaarde voor de succesvolle introductie van welke product of welke dienst dan ook. De grote vraag is dus tot wie pensioenfondsen zich kunnen richten als zij zelfstandigen willen bereiken, willen leren kennen, en er een band mee willen opbouwen.

Vanzelfsprekende vertegenwoordigers van de doelgroep zijn er niet. Nog geen 3% is lid van een vakfederatie. Hooguit 5% is aangesloten bij een van de andere belangenbehartigers. Maximaal 15% maakt deel uit van een beroepsorganisatie of ondernemersnetwerk. Zoeken naar vertegenwoordigers van zelfstandigen om mee te overleggen, lijkt daarmee een heilloze weg. Het enige wat je ermee bereikt is dat het grootste deel van de doelgroep zich niet gehoord voelt.

Join the conversation

Wat in zo’n situatie meer perspectief biedt, is om die tussenlaag over te slaan en de zelfstandigen zelf op te zoeken. In het echt en op social media, waar zij dagelijks met  hun collega’s in contact staan. Daar voeren ze hun gesprekken over de toestand in de wereld, daar vormen zich hun attitudes, daar slijpen ze hun opinies.

Eigenlijk zou een pensioenfonds dat een aanbod wil ontwikkelen voor zelfstandigen, alles moeten doen behalve dat. De eerste opdracht is ‘Hit the streets’, de tweede ‘Join the conversation’. Dus die doelgroep opzoeken, luisteren waar mensen het over hebben, kiezen waar je zinvol kunt bijdragen aan het gesprek, activerende vragen stellen, leren van de reacties, en vooral in je gedrag laten zien dat je daarvan leert.

Dat is veel werk, dat is lastig werk, maar het is de enige manier voor een pensioenfonds om erachter te komen of het überhaupt zin heeft om serieus na te gaan denken over een eventueel aanbod voor zelfstandigen.

(1) Knoef, M. e.a., De toereikendheid van pensioenopbouw na de crisis en pensioenhervormingen. Netspar Industry Series, Design Paper nr 68. Tilburg, Netspar, 2017

(2) Statistisch Bulletin, jaargang 70, nr 11, november 2017. Rijswijk, CBS. Pag. 7

De Pensioenfederatie is de overkoepelende belangenbehartiger van bijna alle Nederlandse pensioenfondsen. De 220 aangesloten fondsen hebben samen 5,3 miljoen deelnemers en beheren 1.200 miljard euro.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *