Prinsjesdag: meer regulering ZZP in het verschiet

Zoals te verwachten viel, bevat de Miljoenennota die het kabinet vandaag presenteert geen diepzinnige beschouwingen of opwindende plannen meer over de zelfstandigen zonder personeel.

De coalitie van VVD en PvdA – toch al zo weinig gelukkig met zijn beleid ten aanzien van de arbeidsmarkt in het algemeen en de positie van zelfstandigen zonder personeel in het bijzonder – is nu compleet uitgeregeerd.

Vandaag op Prinsjesdag worden alle hete hangijzers verwezen naar de brede maatschappelijke discussie en het overleg met de sociale partners. Van de zelfstandigenaftrek via de sociale verzekeringen tot en met de pensioenen. Maar dat zowel PvdA als VVD de ZZP’er meer willen reguleren, staat als een paal boven water.

De Miljoenennota zelf bevat slechts één passage waarin het uitdrukkelijk over zzp’ers gaat. Daarin constateert het kabinet dat het aantal zzp’ers het afgelopen decennium sterk is toegenomen, zowel in historisch als in internationaal perspectief.

Deze ontwikkeling kan volgens het kabinet niet los worden gezien van wat heet “het grote verschil in institutionele behandeling – fiscaal en qua bescherming tegen inkomensrisico’s zoals pensioen en arbeidsongeschiktheid – tussen zzp’ers, flexibele werknemers en werknemers met een vast dienstverband.”

Het kabinet heeft vorig jaar in het IBO-zzp laten onderzoeken hoe deze verschillen verkleind kunnen worden. De uitkomst daarover, van het debat dat eigenlijk nooit echt heeft plaatsgevonden, is dat het kabinet een bredere maatschappelijke discussie noodzakelijk vindt voordat uiteindelijk instituties worden aangepast.

MEV: “herontwerp van de regulering”

Enkele achtergronden daarbij zijn te vinden in de Macro-Economische Verkenning die deel uitmaakt van de prinsjesdagstukken. Het Centraal Planbureau vraagt zich daarin nog eens af hoe het toch zo heeft kunnen komen dat er zoveel zzp’ers zijn in Nederland.

Factoren als de preferenties van werkenden en internationale trends worden daarbij wel behandeld maar vrij snel afgedaan. Uiteindelijk leidt de hele redenering die wordt opgebouwd tot de schier onontkoombare conclusie dat de manier waarop we in Nederland de zaken hebben geregeld, toch de belangrijkste verklaring is.

“Keuzes worden tenslotte niet in een institutioneel vacuüm gemaakt. Instituties kanaliseren het gedrag van deelnemers op de arbeidsmarkt. (…) Zo kent Nederland een relatief hoge bescherming voor vaste contracten en een relatief groot verschil in bescherming tussen vaste en flexibele contracten.”

“Ook is de dekking van ziekte en arbeidsongeschiktheid en van het tweedepijlerpensioen relatief breed, maar deze omvat niet of nauwelijks zzp’ers. Dit zet meer spanning op het stelsel.”

“Regulering heeft in potentie baten voor alle spelers op de arbeidsmarkt, maar is vooral effectief als een goede balans is gevonden tussen de rechten en plichten van de uiteenlopende spelers, als deelnemers zich er niet aan kunnen, willen of moeten onttrekken. De stelselmatige en snelle toename van flexibele contracten en zzp‐schap in Nederland suggereert een veranderende effectiviteit van de regulering.”

“De legitimatie voor de huidige fiscale faciliteiten is broos”

Het vaste contract is op zijn retour, stelt de MEV vast. “Een groeiend aantal werknemers ziet geen kans zijn voorkeursoptie van een vast contract te verzilveren. Deze kans is bovendien relatief laag voor groepen met een zwakke arbeidsmarktpositie. De voorzieningen voor mensen met een flexibel contract zijn magerder. Payrollcontracten bieden doorgaans minder bescherming, de regelingen voor werkloosheid en pensioenen met hun opbouwregimes en wachttijden zijn niet toegesneden op mensen met wisselende, onzekere contracten.”

“De zzp’er is meer tevreden,” moeten de opsteller van de Macro-Economische Verkenning toegeven, maar: “De legitimatie voor de huidige fiscale faciliteiten is broos.”

En dan komt de aap uit de mouw: “Voor deze groep is er een relatief groot vertrouwen in de zelfredzaamheid en beperkte mogelijkheden voor een beroep op de risicodeling en solidariteit. Een herontwerp van de regulering startend vanaf de basis zou vermoedelijk een ander resultaat opleveren.”

EZ: “Tweedeling op de arbeidsmarkt beperken”

Enig tegenwicht tegen die doelredenering lijkt te worden geboden in de toelichting op de begroting van Economische Zaken, het ondernemersdepartement. Daar lezen we dat een onvoorspelbare toekomst vraagt om een goed werkende arbeidsmarkt met heldere spelregels, een arbeidsmarkt waarin de aard van het werk leidend is voor de contractvorm waaronder het werk wordt verricht. Dat wil zeggen: dus niet de fiscale regels, zoals nu gebeurt met de wet DBA.

Maar de hoop dat die constatering ergens toe leidt, wordt een paar zinnen verder al weer de kop in gedrukt. Want: “Zo’n arbeidsmarkt is er nog niet. De keuze voor de contractvorm wordt nog mede bepaald door institutionele factoren, zoals verschillen in de fiscale behandeling van werknemers en zzp’ers. Mede hierdoor is het aandeel zzp’ers in de beroepsbevolking sinds 1995 met 60% gestegen, en het aandeel werknemers met tijdelijke contracten met 80%.”

Volgens EZ leiden deze ontwikkelingen tot een tweedeling op de arbeidsmarkt: een groep vaste werknemers met relatief veel bescherming, en een groeiende groep flexwerkers met relatief weinig. “Terwijl het soms gaat om mensen met heel vergelijkbare voorkeuren en heel vergelijkbare werkzaamheden.”

“Ook de Europese Commissie beveelt Nederland aan om actie te ondernemen om deze tweedeling op de arbeidsmarkt te beperken,” stelt EZ vast. Ergo: “Hier ligt de komende jaren nog een belangrijke taak voor overheid en sociale partners.”

Linksom of rechtsom

Uiteindelijk is het kabinet ervan overtuigd dat zzp’ers te veel fiscale voordelen genieten en te weinig zijn ingebed in het collectieve stelsel van sociale verzekeringen en pensioenen. Maar meer dan die consensus delen de beide regeringspartijen niet. Elke maatregel die daaruit zou kunnen volgen, zou tot een breuk in de coalitie leiden.

Dus blijft het voor nu bij bespiegelingen als deze. Maar het kabinet maakt daarmee wel geesten rijp om zzp’ers volgend jaar alsnog in het gareel te slaan. De fiscale behandeling staat ter discussie en zeker de zelfstandigenaftrek kon er zo maar eens aangaan. En die verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en die verplichte pensioenopbouw, die gaan er komen. Linksom of rechtsom.

3 gedachten over “Prinsjesdag: meer regulering ZZP in het verschiet

  1. Marcel Scholte

    Met andere woorden, het vaste contract is heilig. Niet nadenken over wat voor de toekomst noodzakelijk is voor de inzet van menselijk kapitaal.

    Reageren
  2. Marco Roosendaal

    Maak van alle flex-bepaalde tijd contracten zzp-ers met betaling van een hogere vergoeding door de “werkgever” via de aangifte loonheffing. Dan heb je ook geen geneuzel meer met de ketenbepaling. Wil je iemand aan je bedrijf verbinden om zijn kennis en ervaring in huis te houden, dan kan je die medewerker een contract aanbieden voor onbepaalde tijd.

    Reageren
  3. Jasper Runneboom

    Jammer dat er maar een kant op geredeneerd lijkt te worden: met meer regels lossen we ‘het probleem’ wel op, meer verplichtingen, minder vrijheid enz… De andere kant op, namelijk minder regels (lees minder vaste vaste contracten / kleinere risico’s aannemen personeel) lijkt niet echt serieus overwogen te worden. Terwijl dat volgens mij meer oplevert.

    Het gedwongen zzp’n wordt dan de kop ingedrukt omdat het dan aantrekkelijk genoeg is om personeel aan te nemen en de zzp-ers die graag ondernemen kunnen gewoon hun gang gaan.

    Misschien is het ook wel teveel gevraagd van mensen die zelf gewend zijn in een gouden kooi te leven om zo te durven denken….

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *