Voorzitter Auteursbond-journalisten kleunt mis over modelovereenkomst auteurs en redactiemedewerkers (gastblog)

In Villamedia trekt Miro Lucassen stevig van leer tegen de uitgeefsector. Er zou sprake zijn van staatssteun en de uitgeverij zou haar sociale plichten ontduiken. Volgens jurist Miranda Maasman, in een vorig leven nauw betrokken bij de totstandkoming van de modelovereenkomsten voor auteurs en redactiemedewerkers, wemelt het artikel van de onjuistheden en gooit het zaken op één hoop die niets met elkaar te maken hebben. Alle reden voor een gastblog. 

In Villamedia trekt Miro Lucassen van de Auteursbond stevig van leer tegen de uitgeefsector. Er zou sprake zijn van staatssteun en de uitgeverij zou haar sociale plichten ontduiken. Het artikel wemelt helaas van de onjuistheden en gooit bovendien twee zaken op één hoop die niets met elkaar te maken hebben. Ik leg graag uit hoe het wél zit. En nee, daarbij heb ik noch zakelijk noch persoonlijk belang.

Allereerst het verbod op tariefafspraken van zzp’ers. Anders dan Lucassen beweert is dit geen eentweetje van kartelwaakhond ACM en het ministerie van Sociale Zaken. Het is eenvoudigweg Europees mededingingsrecht, dat beiden dienen na te leven.

Niet voor niets zijn eerdere pogingen tot Nederlandse wetgeving om dit te veranderen gestrand. Wie het daarmee niet eens is moet in Brussel zijn. Totdat Brussel iets verandert blijven tarieven van zelfstandigen een zaak van onderhandeling.

Niet-zelfstandige freelancers hebben op basis van de WML overigens nu al recht op betaling van het wettelijk minimumloon, dus dat is verder een kwestie van handhaving door de Inspectie SZW. Het staat de NVJ en andere belangenbehartigers natuurlijk wel vrij om in Brussel lobby te voeren voor bijvoorbeeld minimumtarieven voor zelfstandigen, net zoals voor behoud van fiscale ondernemersvoorzieningen.

Verder suggereert Lucassen dat de convenanten van de uitgeefsector in het leven zijn geroepen om sociale verplichtingen te kunnen ontduiken en dat de Belastingdienst dit gedoogt.

Allereerst bevatten de convenanten in de uitgeefsector geen enkele bepaling over tarieven, onder andere omdat dit mededingingsrechtelijk niet is toegestaan. Bovendien kan ik als inhoudsverantwoordelijke van het convenant voor auteurs en redactiemedewerkers met de hand op mijn hart verklaren dat die convenanten juist zijn bedoeld om sociale werknemersrechten correct toe te kennen met werkbare administratieve lasten voor zowel de uitgeverij als de freelancer.

De convenanten kwamen trouwens tot stand op initiatief van het NUV in een tijd dat opdrachtgevers in andere sectoren zich simpelweg achter de VAR verscholen en zo ongestraft hun sociale verplichtingen negeerden. De uitgeefsector wilde het juist wél correct doen en geen VAR afdwingen als al duidelijk was dat de freelancer geen zelfstandige was. Als de uitgeverij onder verplichtingen uit had willen komen had zij gewoon dezelfde route kunnen volgen in plaats van een langdurig, complex en arbeidsintensief proces met de Belastingdienst in te gaan om tot convenanten te komen.

Bij afgifte van de VAR voerde de Belastingdienst destijds geen enkele controle uit op de mate van zelfstandigheid van de zzp’er, wat de deur voor misbruik wagenwijd open zette en uiteindelijk leidde tot de desastreuze wet DBA met een systeem van modelovereenkomsten én een AMvB. Maar die AMvB maakt het malafide opdrachtgevers juist makkelijker om niet-zelfstandige zzp’ers op legale wijze hun sociale rechten te ontnemen door in de modelovereenkomst een bepaling op te nemen dat de zogenaamde gelijkgesteldenregeling en de thuiswerkersregeling buiten toepassing verklaard mogen worden.

Die regelingen vormden altijd het vangnet bij afhankelijkheid van een freelancer van één of twee opdrachtgevers, als de samenwerking niet voldeed aan de eisen van een arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld omdat er geen sprake is van een gezagsrelatie en/of verplichting om het werk persoonlijk te verrichten). Gretig maakten de partijen die modelovereenkomsten destijds voorlegden aan de Belastingdienst gebruik van deze optie, door een – voor de meeste mensen – volstrekt onbegrijpelijke juridische bepaling in het contract op te nemen:

dat partijen ervoor kiezen om in voorkomende gevallen de fictieve dienstbetrekking van  thuiswerkers of gelijkgestelden zoals bedoeld in de artikelen 2b en 2c Uitvoeringsbesluit  Loonbelasting 1965 en de artikelen 1 en 5 van het Besluit aanwijzing gevallen waarin arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd (Besluit van 24 december 1986,  Stb. 1986, 655), buiten toepassing te laten en daartoe deze overeenkomst opstellen en ondertekenen voordat uitbetaling plaatsvindt.

Tot mijn verbijstering deed zélfs de NVJ dat in haar modelovereenkomsten: géén keuze om die rechten toe te kennen, maar gewoon wegcontracteren. De uitgeefsector heeft dat in haar modelovereenkomsten anders gedaan. Leest u even mee:

f. Partijen ervoor kiezen om in voorkomende gevallen de fictieve dienstbetrekking van thuiswerkers of gelijkgestelden zoals bedoeld in de artikelen 2b en 2c Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 en de artikelen 1 en 5 van het Besluit aanwijzing gevallen waarin arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd (Besluit van 24 december 1986, Stb. 1986, 655), buiten toepassing te laten en daartoe deze overeenkomst opstellen en ondertekenen voordat uitbetaling plaatsvindt;

of: Partijen ervoor kiezen om in voorkomende gevallen de fictieve dienstbetrekking van thuiswerkers of gelijkgestelden zoals bedoeld in de artikelen 2b en 2c Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 en de artikelen 1 en 5 van het Besluit aanwijzing gevallen waarin arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd (Besluit van 24 december 1986, Stb. 1986, 655), NIET buiten toepassing te laten;

Voor zover ik weet is daarmee de uitgeefsector van alle partijen die modelovereenkomsten opgesteld hebben en goedgekeurd hebben weten te krijgen de enige die in dat contract aan opdrachtgever en opdrachtnemer de keuze laat om al dan niet de sociale rechten toe te passen voor de freelancer. Sommige freelancers zitten daar nu eenmaal helemaal niet op te wachten, terwijl anderen (bijvoorbeeld zwangere vrouwen) daar veel belang bij hebben.

Diverse uitgeverijen kondigden toen aan die rechten gewoon te blijven toekennen, terwijl ze die ook eenvoudigweg hadden kunnen wegcontracteren en zo miljoenen per jaar hadden kunnen besparen.

De modelovereenkomsten voor de uitgeefsector bevatten ook al geen bepaling die het risico van een eventuele naheffing bij de opdrachtnemer neerleggen: in deze overeenkomsten draagt juist de uitgeverij dat risico. We hadden dat destijds makkelijk anders kunnen regelen, want hoewel het lijnrecht indruist tegen de geest van de wet DBA staat het opnemen van zo’n bepaling niet in de weg aan goedkeuring door de Belastingdienst.

Tot slot bevatten de modelovereenkomsten voor de uitgeefsector bijlagen met concrete instructies die in de praktijk voorkomen in de uitgeefsector en die na zorgvuldige afweging door de Belastingdienst zijn erkend als ‘buiten werkgeversgezag’.

Duidelijkheid vooraf zagen wij als essentieel voor beide partijen: de uitgeverij zit niet te wachten op een naheffing en een freelancer die als zelfstandige werkt heeft er alle belang bij dat zijn status als zelfstandige – en daarmee zijn fiscale ondernemersvoorzieningen – niet met terugwerkende kracht wordt ontnomen. Niet alle voorgelegde instructies hebben het overigens gehaald.

Kortom, de sneer die Lucassen van de Auteursbond nu in Villamedia uitdeelt aan de uitgeefsector, met name voor de convenanten, is volkomen misplaatst. Beter kan hij nog eens goed kijken naar de modelovereenkomst van de NVJ en zich herbezinnen op de bepaling die daarin staat over de gelijkgesteldenregeling en thuiswerkersregeling. En misschien stevig lobbyen voor meer ruimte voor tariefafspraken.

2 gedachten over “Voorzitter Auteursbond-journalisten kleunt mis over modelovereenkomst auteurs en redactiemedewerkers (gastblog)

  1. Janne Rijkers

    Ook op dit stuk een correctie: sinds 1 juli 2015 (dus al 3 jaar) is het mogelijk (zie art. 25c Auteurswet) voor exploitanten en makers om gezamenlijk tot tariefafspraken te komen. Krantenuitgevers vallen ook gewoon onder deze wet en kunnen dus heel goed legaal een afspraak over billijke vergoedingen maken met zelfstandig journalisten. Een kwestie van doen.
    Verder lijken twee termen te worden verward: ‘modelovereenkomsten’ en ‘modelcontracten (incl. tariefafspraken)’. De eerste term gebruikt de Belastingdienst. Deze overeenkomsten dienen ertoe om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. De tweede wordt gebruikt voor de uitonderhandelde overeenkomsten tussen bijv. de Auteursbond en (literaire) uitgevers, waar beide partijen van profiteren
    (uitgevers en auteurs). Het zou de discussie wel helpen om deze soorten ‘overeenkomsten’, die een heel verschillende doelen dienen en een andere ontstaansgeschiedenis kennen scherper uit elkaar te houden.

    Reageren
  2. Miranda Maasman

    Goede toevoeging Janne! Er is inderdaad een groot verschil. In het ene soort contract gaat het om exploitatievergoedingen, dus op basis van auteursrecht/intellectueel eigendom, bij het andere soort contact om betaling voor de arbeid. We hebben destijds heftige discussie gehad met de Belastingdienst of exploitatievergoedingen ‘loon’ zijn in fiscale zin. Dan kunnen loonheffingen van toepassing zijn, en als niet wordt betaald voor arbeid maar voor rechten niet.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *