Een ‘permanent bèta’ benadering van het arbeidsrecht

4 februari 2016

Om wat voor soort maatregelen vraagt de arbeidsmarkt anno 2016? Die vraag stond centraal op een seminar van de Vereniging voor Arbeidsrecht dat op 25 januari in Utrecht werd gehouden.

Ik pleitte daar voor een ‘permanent bèta’ benadering. Omdat de werkelijkheid te snel verandert voor definitieve oplossingen.

De arbeidsmarkt zoals we die nu meemaken kan ik niet anders zien dan als een fase in een ontwikkeling die al in de jaren tachtig van de vorige eeuw is begonnen, die nog volop gaande is, en die misschien wel nooit meer zal ophouden.

De maatregelen die bij de arbeidsmarkt van toen pasten hebben gewerkt, de instituties die ze uit moesten voeren hebben hun diensten bewezen, en nu… zijn ze obsoleet geworden.

De arrangementen rond de arbeidsmarkt zullen nooit af zijn

De wereld om ons heen is radicaal veranderd, die wereld verandert nog steeds verder, en dat zal’ie ook altijd blijven doen. Die constatering heeft belangrijke consequenties voor de arrangementen die we met elkaar treffen.

Net zoals de arbeidsmarkt zullen ook de arrangementen rondom die arbeidsmarkt nooit af zijn. Die zullen zo in elkaar moeten zitten dat we voortdurend verbeteringen aan kunnen brengen, zonder dat we meteen het hele stelsel op de schop te hoeven nemen. Elke twintig jaar, elke tien jaar, elke vijf jaar – want de snelheid van veranderingen heeft de neiging exponentieel toe te nemen.

De instituties zijn niet veranderd, de arbeidsmarkt wel

Ik ben van 1955. Ik ben vorig jaar zestig geworden, en als ik terugkijk sta ik versteld van wat ik allemaal heb meegemaakt in die tijd. Net zoals ik versteld sta van wat er allemaal hetzelfde is gebleven: de vakbonden, de werkgeversorganisaties, de sociale verzekeringen, de pensioenfondsen, de SER….

Hoe bestaat het dat die instituties niet minstens zo hard zijn mee veranderd? Hoe lang kan dat nog duren?

Een van die grote veranderingen is natuurlijk de opkomst, eerst van de uitzendarbeid, daarna van het tijdelijke contract, en daarna van de zelfstandige zonder personeel.

En laten we vooral niet vergeten wat het allereerst is gebeurd en wat al die andere dingen mogelijk heeft gemaakt en nodig: de ongekende uitstoot van vaste banen door de grote werkgevers met name in de industrie.

Zonder de reorganisaties van de jaren zestig, zeventig en tachtig, hadden we het nu over hele andere vragen gehad.

Zelfstandigen zonder personeel

Die zelfstandigen zonder personeel, waar ik hier even op focus, die hebben zich sinds de jaren negentig een vaste plaats verworven in de Nederlandse samenleving.

ZZP’ers kiezen er bewust voor om als ondernemer door het leven te gaan: voor eigen rekening en risico, en zonder personeel.

De bijdrage die zzp’ers op die basis leveren aan de vernieuwing van economie en samenleving, is onmisbaar geworden. Hun opdrachtgevers en hun klanten zouden niet meer zonder hen willen.

De vaste baan als norm

Een stuk minder vanzelfsprekend dan voor de zzp’ers zelf en voor hun opdrachtgevers, is dat voor grote delen van de overheid, de politiek en de vakbeweging. Daar gelden nog steeds het werkgeverschap c.q. de vaste baan als norm.

Het beleid van de huidige regeringscoalitie komt voort uit een beeld van de samenleving dat is ingehaald door de werkelijkheid van de 21e eeuw.

In plaats van als bewust zelfstandige ondernemers zien VVD en PvdA zzp’ers als gemankeerde werkgevers respectievelijk als werknemers zonder rechten.

De beleidsmaatregelen die het kabinet vanuit dit verouderde perspectief voorstelt, frustreren zowel de zzp’ers zelf als hun opdrachtgevers.

Behoefte aan beleid dat ruimte geeft

Daardoor staat er onnodig een rem op de economische ontwikkeling waar de Nederlandse samenleving zo’n behoefte aan heeft.

Het is de hoogste tijd om te breken met een beleid dat er alleen maar op is gericht de toename van het aantal zzp’ers een halt toe roepen en zogenaamde ‘schijnzelfstandigen’ uit het systeem te halen.

In plaats daarvan is er dringend behoefte aan een beleid dat zzp’ers de ruimte geeft om te ondernemen. Een beleid dat hen een steuntje in de rug geeft.

De arbeidsmarkt van de 21e eeuw bestaat niet meer uit twee partijen maar minstens uit drie: werkgevers, werknemers (vast of flex), en zelfstandigen zonder personeel. Daarbij kunnen in de loop van iemands werkzame leven die rollen meerdere keren wisselen of een tijdlang naast elkaar bestaan.

Vernieuwing omarmen

Mijn boodschap over zzp’ers is: laten we de vernieuwing die zij met zich meebrengen omarmen.

Laten we daarvan als samenleving profiteren. Laten we onze wetten en regels op sociaal, economisch en fiscaal gebied zo gauw mogelijk aanpassen aan die nieuwe realiteit. Nederland heeft behoefte aan meer ondernemerschap, niet aan minder!

En toen was het stil. Wat denkt u: zegt die Spaninks nou niks over de onderkant van de arbeidsmarkt, over de zzp’ers die niet genoeg verdienen om zich te verzekeren en om voor hun pensioen te sparen?

Er zijn dezer dagen genoeg anderen die daarop hameren. Overigens niet altijd omdat zij met die zzp’ers het beste voor hebben.

Met degenen die dat wèl hebben, wil ik altijd en overal praten over de sociale arrangementen en de juridische maatregelen die daarbij passen.

De ene bèta versie na de andere

Welk sociaal stelsel we ook ontwikkelen, hoe we ons belastingstelsel ook herzien, op welke manier we het arbeidsrecht ook moderniseren – het zal nooit het verleden kunnen herstellen, het zal altijd aan de realiteit van nu recht moeten doen, en het zal altijd de toekomst mogelijk moeten maken.

Die nieuwe arrangementen zullen ‘nooit af’ zijn (voor de goede verstaander: een verwijzing naar het nieuwe boek van Martijn Aslander en Erwin Witteveen). Ze zullen zo in elkaar moeten zitten dat we ze voortdurend kunnen blijven verbeteren zonder meteen het hele stelsel op de schop te hoeven nemen.

Eerder zal het de ene bèta-versie na de andere moeten worden, die we ontwikkelen met àlle betrokkenen en niet alleen met de partijen die in SER vertegenwoordigd zijn.

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA benut ‘the wisdom of the crowd’ of de ‘collectieve intelligentie’ om de eerste mens naar de planeet Mars te brengen. Waarom zouden wij dat dan niet doen met ons sociale stelsel?

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *