Wat ‘millennials’ van hun baas verwachten, dat willen andere generaties ook

Hoe ziet de Baas 3.0 eruit? Die vraag staat centraal in Werkverkenners van 4 december 2018. Ik luisterde alvast naar de podcast, las er wat omheen, en deed een relativerende ontdekking: wat millennials van hun baas verwachten, dat willen andere generaties ook.

Millennials willen meer invloed op hoe ze hun werk uitvoeren. Ze willen openheid, en ze willen de vrijheid om te kunnen zeggen wat ze denken. Een van de grootste energievreters voor hen is slecht leiderschap, met name in het bedrijfsleven. Dat concludeert generatie-expert Aart Bontekoning in een whitepaper dat hij schreef voor Careerwise.

Niet top-down maar gelijkwaardig

Onnodig vergaderen, niet weten hoe je werkzaamheden bijdragen aan het groter geheel, een leidinggevende die de controle maar niet loslaat en top-down besluitvorming zijn volgens hem de grootste ergernissen van de generatie die rond de eeuwwisseling zijn eerste schreden zette op de arbeidsmarkt.

‘Over het algemeen lijkt goed of slecht leiderschap vooral af te hangen van de mate van actieve ondersteuning en het geven van handelingsvrijheid,’ aldus Bontekoning. Dat millennials geen leiders nodig zouden hebben, lijkt hem een mythe. Het gaat hen vooral om leiderschap van deze tijd: niet top-down maar gelijkwaardig.

‘Niet angstig, maar vertrouwen gevend. Niet aansturen, wel ondersteunen. Niet afstandelijk, wel dichtbij en persoonlijk. Waarbij ze het overigens prima vinden wanneer iemand die het echt beter ziet, een knoop doorhakt. Als de onderlinge verhouding maar gelijkwaardig is.’

Deze vorm van leiderschap, zegt Bontekoning, begint met millennials te zien als mens en niet slechts als een collega of een productie-eenheid. Begrip hebben voor iemands privéleven, het uitspreken van de wederzijdse verwachtingen en vertrouwen hebben in het werk dat ze leveren, zijn hierin belangrijk. Ook hebben ze steun nodig bij het doen van de dingen die hen de meeste werkenergie geven. Alleen al die grondhouding trekt hen aan.

Logisch en sympathiek

Dat klinkt allemaal heel logisch, en al even sympathiek. Zo logisch en sympathiek, dat je afvraagt hoe uniek die ervaringen met en verwachtingen van leiderschap eigenlijk zijn voor die millennials.

Heeft eigenlijk niet iedereen behoefte aan een baas die wel duidelijkheid geeft over de kant die het op moet maar die niet zichzelf en zijn eigen behoeften op de voorgrond plaatst? Aan iemand die ervan uitgaat dat mensen in een organisatie in principe al uit zichzelf de goeie kant op werken en dat een beetje interesse en aanmoediging wonderen doet? En die als het erop aankomt wel zijn verantwoordelijkheid pakt en de beslissingen neemt die genomen moeten worden?

Onbazige baas

Volgens bedrijfspsycholoog Gert Keen die we al eerder bij Werkverkenners hebben gehoord, is die ‘onbazige baas’ tegenwoordig het ideaaltype – ongeacht de leeftijd van degenen aan zie hij of zij leiding geeft.

Uit zijn promotie-onderzoek blijkt dat de meest succesvolle leidinggevenden de onnadrukkelijke stuurders zijn die naar de verbinding zoeken, die onnodige druk op de relatie vermijden, en die zich opstellen als ‘diplomatieke dirigenten’.

Voor hun eigen carrière is dat ondertussen ook niet slecht: leidinggevenden die zich zo opstellen worden op hun beurt ook weer beter beoordeeld door hun bazen en maken sneller carrière.

Modieuze gekkigheid

Geeft het onderzoek van Keen al geen aanleiding om te veronderstellen dat millennials iets bijzonders verwachten van hun bazen, de Groningse hoogleraar Janka Stoker is er nog wat uitgesprokener over.

In een blog op de site van het Expertisecentrum HRM wijst zij de gedachte dat millennials ander leiderschap nodig zouden hebben af als modieuze gekkigheid. Dit soort generalisaties over generaties zijn verleidelijk, zegt Stoker, en daarmee ‘een bron van inkomsten voor adviesbureaus, schrijvers van how to-hulpboeken en millennial-experts.’

Wetenschappelijke studies laten volgens Stoker al jaren zien dat dit soort generalisaties onzin zijn. Zij haalt daarvoor een recent overzichtsartikel aan van al het onderzoek naar dit onderwerp. De auteurs daarvan zijn heel stellig: die pleiten zelfs voor een ‘formeel moratorium’ op het idee dat er generatieverschillen zijn die van belang zijn voor leiderschap.

‘Er zijn geen steekhoudende theorieën over generatieverschillen, de methoden om het eventuele verschil tussen generaties goed te onderzoeken ontbreken, en het onderzoek dat wel gedaan is laat zien dat er geen bewijs is voor eventuele generatieverschillen.’

Ophouden met tobben

Laten we dus ophouden met tobben over die ‘veeleisende’ millennials, roept Stoker ons op, en laten we vooral ook stoppen met de vraag wat dat allemaal betekent voor hun bazen.

‘Coachen, feedback geven, luisteren: het zijn uiteraard allemaal prachtige kwaliteiten die niet kunnen ontbreken in het arsenaal van de leider. En ja, leiders moeten heel goed kijken naar wat een medewerker nodig heeft, en moeten zich kunnen aanpassen aan behoeftes van medewerkers. Maar dat was echt altijd al zo en die verschillen worden dus niet bepaald door de generatie waartoe iemand behoort.’

Deze tekst werd oorspronkelijk geschreven als blog voor Brainnet, sponsor van Werkverkenners

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *