Wiebes belooft Tweede Kamer van alles, Belastingdienst trekt zich er niets van aan

De Belastingdienst gaat bij de beoordeling van zelfstandigheid strenger te werk dan het arbeidsrecht voorschrijft. Anders dan staatssecretaris Wiebes heeft toegezegd aan de Tweede Kamer, negeert de fiscus daarbij jurisprudentie die in het voordeel is van zzp’ers en hun opdrachtgevers.

Mag het met een zzp’er of moet het met iemand in loondienst? Sinds de afschaffing van de VAR en de invoering van de modelovereenkomsten moeten opdrachtgevers dat van geval tot geval beoordelen. Doen ze dat verkeerd, dan lopen ze het risico dat de Belastingdienst hen als kwaadwillend aanmerkt en hen confronteert met naheffingen en boetes.

De vraag heeft ook gevolgen voor opdrachtnemers. Als die in een jaar niet minstens 1.225 uur in arbeidsrelaties hebben gewerkt die door de Belastingdienst als zelfstandig worden erkend, moeten ze hun zelfstandigenaftrek terugbetalen.

Waar de grens ligt tussen wat in loondienst moet en wat op basis van zelfstandigheid mag, valt af te leiden uit de Arbeidswet en uit de jurisprudentie die door de jaren heen is gevormd doordat rechters die wet in concrete zaken hebben uitgelegd en toegepast.

Commissie Boot: meer factoren meewegen

Vanaf de eerste dag dat de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties gold, is er al kritiek op de manier waarop de Belastingdienst het arbeidsrecht toepast. Dat wreekt zich met name bij de beoordeling van modelovereenkomsten die door opdrachtgevers en/of opdrachtnemers worden voorgelegd.

De Commissie Boot, die afgelopen najaar het beoordelingsproces kritisch tegen het licht hield, heeft vastgesteld dat de Belastingdienst zich beperkt tot het afvinken van: wordt er loon betaald, is er sprake van een gezagsverhouding, en is de opdrachtnemer verplicht het werk persoonlijk uit te voeren?

Als een van die factoren ontbreekt, mag er volgens de Belastingdienst worden gewerkt op basis van zelfstandigheid, anders niet. Maar, zegt diezelfde Commissie Boot: dat is te simplistisch van de Belastingdienst. Als je kijkt naar de manier waarop rechters hier de afgelopen decennia mee zijn omgegaan, dan blijkt dat je veel meer factoren moet meewegen.

Belastingdienst perkt onnodig de ruimte in

Een heel belangrijk criterium voor de rechter is het zelfstandig ondernemerschap van de opdrachtnemer. Als die zich in het economisch verkeer gedraagt als een ondernemer, dan zal er niet vlug sprake zijn van een dienstverband.

Door daaraan voorbij te gaan, perkt de Belastingdienst onnodig de ruimte in voor opdrachtgevers en opdrachtnemers om met elkaar samen te werken.

Ook wijst Boot erop dat in de jurisprudentie het begrip ‘gezag’ genuanceerder wordt ingevuld dan door de Belastingdienst. Wat de fiscus aanziet voor instructies en toezicht door de opdrachtgever, is dat voor de rechter lang niet altijd.

‘Ondersteuning van beleid’

De Tweede Kamer heeft staatssecretaris Wiebes meermalen op deze discrepanties aangesproken.

In een van de vele debatten die afgelopen jaar in de Tweede Kamer over de wet DBA werden gevoerd, op 29 september 2016, stelde Steven van Weyenberg van D66 zelfs een motie voor waarin de regering werd opgeroepen om ‘bij de toetsing van modelovereenkomsten de volledige ruimte te gebruiken die de wet biedt, en het toetsingskader DBA daarmee in overeenstemming te brengen.’

Staatssecretaris Wiebes bevestigde daarop dat de Belastingdienst niet alleen de wet moet volgen, maar ook de laatste jurisprudentie. Sterker nog: ‘Dat doen we. Daar is dat toetsingskader ook mee in overeenstemming gebracht na Boot.’

Wiebes ontraadde in dat debat bijna alle moties van de oppositie, wat voor de regeringspartijen VVD en PvdA reden was om er tegen te stemmen. Maar van deze motie 34036-22 kon hij niet anders zeggen dan dat hij die ervoer als ondersteuning van zijn beleid. Daarop werd die met algemene stemmen aangenomen.

Hele sectoren taboe verklaard voor ZZP’ers

Inmiddels zijn we ruim een half jaar verder, en blijkt dat de Belastingdienst zich aan de woorden van zijn politieke baas niets gelegen laat liggen.

Opdrachtgevers en opdrachtnemers die modelovereenkomsten ter beoordeling voorleggen waar volgens het arbeidsrecht niets aan mankeert, worden nog steeds afgewezen op grond van de drieslag waar de Belastingdienst zich toe beperkt. Van jurisprudentie waaruit blijkt dat er niet zo gauw sprake is van ‘gezag’, trekt de fiscus zich niets aan.

Volgens advocaat Sascha Janssen van Jens Advocaten, stelt de Belastingdienst zich zelfs op het standpunt dat er in bepaalde branches haast per definitie sprake is van gezag. De fiscus weigert daar welke modelovereenkomst dan ook. Als voorbeeld noemt Janssen de intramurale zorg en de publieke omroepen.

Geen tittel of jota veranderd aan het toetsingskader

In de kunsten speelt hetzelfde probleem: een toneelspeler kan volgens de fiscus geen zelfstandige zijn omdat hij aanwijzingen van de regisseur moet opvolgen, een musicus niet omdat er een dirigent voor het orkest staat. Maar noch in de wet, noch in de jurisprudentie worden hele sectoren taboe verklaard voor zzp’ers.

Anders dan staatssecretaris Wiebes de Tweede Kamer een half jaar geleden verzekerde, houdt de Belastingdienst zich dus helemaal niet aan de jurisprudentie, laat staan aan de modernste.

Ook het toetsingskader dat de Belastingdienst hanteert, lijkt niet ‘na Boot’ met die jurisprudentie in lijn gebracht. Op de site van de Belastingdienst staat nog steeds de Handreiking Beoordelingskader DBA in de oorspronkelijke versie van 1 maart 2016. Daar is geen tittel of jota aan veranderd.

Werk aan de winkel voor de Tweede Kamer

Dit alles roept de vraag op of staatssecretaris Wiebes de Belastingdienst vorig jaar wel heeft verteld wat hij de Tweede Kamer had toegezegd. En als hij het heeft verteld, waarom de Belastingdienst zich daar dan niet naar gedraagt. En of hij bereid is de Belastingdienst te instrueren dat alsnog te gaan doen. Voordat de ellende als gevolg van de wet DBA nog groter wordt dat hij al is.

Werk aan de winkel dus, voor de Tweede Kamer.

 

 

4 gedachten over “Wiebes belooft Tweede Kamer van alles, Belastingdienst trekt zich er niets van aan

  1. Hans

    Volgens mij is het heel eenvoudig een ZZP’er te onderscheiden van een niet ZZP’er.
    Contract voor opdracht mag geen zekerheid inhouden zodat opdrachtgever ten alle tijden het contract mag opzeggen, mits rekening wordt gehouden met 2 weken opzegtermijn en schadeloosstelling in geval van investeringen van de ZZP’er
    De vergoeding ligt minimaal 50% boven het salaris van een persoon die soortgelijk werk doet in vaste dienst. Netto, dus alle premies en verzekeringen vergeleken en verrekend.
    De ZZP’er verplichten een minimale verzekering af te sluiten (voor pensioen en ziektekosten enz.), die minimaal inkomen garandeert, zodat de maatschappij niet hoeft op te draaien voor onverstandige ZZP’ers.
    Met andere woorden de ZZP’er neemt risico en wordt daarvoor beloont en heeft bovendien het risico voor de maatschappij verzekerd.

    Reageren
  2. lee

    Wat een oppervlakkige en suggestieve artikel is dit. Bijv:’Als je kijkt naar de manier waarop rechters hier de afgelopen decennia mee zijn omgegaan, dan blijkt dat je veel meer factoren moet meewegen.’
    Dan komt natuurlijk meteen op.. welke rechter. Niet de belastingrechter iig misschien de civiele rechter maar daar heeft de belastingdienst geen boodschap aan.

    Kernpunt is: voor de belastingdienst geldt de belastingrechter en niet de arbeidsrechter. Zo worden zaken door elkaar gehaald wat voor de arbeidsrecht geldt ook op losgelaten voor de wet op loonbelasting. Dat is ten principale onjuist. Dit is alleen het geval als de belastingrechter de punten uit het arbeidsrecht overneemt en niet eerder.
    Zo kan iets zakelijk zijn voor inkomstenbelasting en prive voor inkomstenbelasting.

    Reageren
    1. Pierre Spaninks Bericht auteur

      Dank je wel voor je reactie, Lee. Ik geloof niet dat je helemaal goed geïnformeerd bent. De wetgeving en de jurisprudentie over loondienst of zelfstandig zijn zo arbeidsrechtelijk als maar kan. Ook de Belastingdienst heeft zich daaraan te houden.

      Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *