Krijgen ZZP’ers zelfstandigenaftrek omdat ze zelf voor hun pensioen en hun verzekeringen moeten zorgen? 

Over nut en noodzaak van de zelfstandigenaftrek valt misschien te twisten, maar dan wel graag op basis van feiten. De gedachte dat de zelfstandigenaftrek zou dienen om zzp’ers in de gelegenheid te stellen zich te verzekeren en voor hun pensioen te sparen, hoort daar niet bij. Zo leert een blik op de wetsgeschiedenis.

In de discussie over de zelfstandigenaftrek wordt vaak beweerd dat die dient om zelfstandigen in de gelegenheid te stellen zelf voor hun pensioen te zorgen en voor hun verzekeringen. Recent voorbeeld: het Financieele Dagblad van 24-8-2019. Op basis van dat uitgangspunt kan de (onbewezen) stelling dat die zelfstandigen dat niet doen, dienen als reden om de zelfstandigenaftrek af te schaffen of afhankelijk te maken van het betalen van premies voor zulke voorzieningen, of om de zelfstandigenaftrek te verlagen nu is besloten tot een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Maar klopt dat wel? 

Een blik op de wetsgeschiedenis leert dat de zelfstandigenaftrek is bedacht en ingezet voor een veelheid van doelen. Daarbij overweegt de functie van de zelfstandigenaftrek als compensatie van het zakelijke ondernemersrisico. Bijvoorbeeld dat klanten niet betalen of dat een investering niet goed uitpakt. De Commissie Inkomstenbelasting en Toeslagen (cie Van Dijkhuizen) heeft dat in 2012 allemaal keurig op een rijtje gezet in zijn interimrapport over de vereenvoudiging van het belastingstelsel. Ik citeer van de pagina’s 83 en 84:

Generieke faciliteiten voor IB-ondernemers zijn met name ingegeven door de tariefstructuur van de inkomstenbelasting. De winst van deze ondernemers wordt als één geheel in de belastingheffing betrokken en aan het progressieve tarief onderworpen. In die winst zijn echter de volgende componenten te onderscheiden:

  • de arbeidsbeloning van de zelfstandige ondernemer
  • de vergoeding voor het in de onderneming geïnvesteerde eigen vermogen, waaronder een risicopremie voor het te dragen ondernemingsrisico
  • de reservering ter financiering van de continuïteit en de groei van de onderneming
  • een restpost, bestaande uit (over-)winst of verlies

De tijdelijke en later permanente zelfstandigenaftrek is in aanvang ingezet om de sterke progressie van het toenmalige tarief [voor de inkomstenbelasting, PS] te matigen. Zo doet de zelfstandigenaftrek met name recht aan de onder b. en c. genoemde functies van het winstinkomen. Deze rechtvaardigen een lagere heffing dan de progressieve IB-heffing.

Na de introductie is de aftrek ook voor andere doeleinden ingezet en verhoogd als compensatie voor een verlaging van het vennootschapsbelastingtarief (1984, 1986, 1994, 2005 en 2006), voor de verhoging van het arbeidskostenforfait bij werknemers (1997) en tijdelijk voor de compensatie van de administratieve lasten bij de invoering van de euro (1999–2001), als terugsluis bij de verhoging van de regulerende energiebelasting en andere milieubelastingen (1999 en 2000), en als inkomenssteun (1997 en 1998). 

Kortom: over nut en noodzaak van de zelfstandigenaftrek valt misschien te twisten, maar dan wel graag op basis van feiten. De gedachte dat de zelfstandigenaftrek zou dienen om zzp’ers in de gelegenheid te stellen zich te verzekeren en voor hun pensioen te sparen, hoort daar niet bij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *