ZZP 9,4% van de economie? Eerder 4%

8 augustus 2015

ZZP’ers zouden jaarlijks 62,5 miljard euro bijdragen aan de Nederlandse economie: 9,4% van het bruto binnenlands product. Dat meldde het FD dinsdag op gezag van ZZP Barometer. Die berekening roept veel vragen op. Een aandeel van maximaal 4% lijkt waarschijnlijker.

Dinsdag publiceerde ZZP Barometer de resultaten van een onderzoekje, uitgevoerd samen met detacheerder IT Staffing. Geen evident gezaghebbende bron, maar de media pikten het resultaat gretig op. Tot de NOS en het FD aan toe. Pareltje uit het bericht was het nagelnieuwe begrip bruto zzp product (bzp). Dat zou staan voor het aandeel van zelfstandigen zonder personeel in het bruto binnenlands product, en maar liefst 9,4% bedragen.

Maatschappelijk debat

Het bruto binnenlands product (bbp) is de gangbare maat voor de toegevoegde waarde die wordt gecreëerd in de economie van een land. Het bbp wordt uitgedrukt in de totale waarde in euro’s van de goederen en diensten die in een bepaald jaar in dat land worden geproduceerd. Hoeveel van dat bbp voor rekening komt van de zelfstandigen zonder personeel is direct relevant voor het maatschappelijk debat over hun plaats in economie en samenleving. In de discussie over de fiscale behandeling van zzp’ers bijvoorbeeld, betogen sceptici dat die zo weinig waarde toevoegen dat hun zelfstandigenaftrek maar beter kan worden geschrapt.

Online enquête

Waar komt die van 9,4% vandaan? ZZP Barometer heeft een online enquête gehouden waar naar eigen zeggen 1.469 mensen aan hebben meegedaan. Het gemiddelde uurtarief van die respondenten zou 68,19 euro bedragen, op jaarbasis zouden zij gemiddeld 894,4 declarabele uren maken, en daarmee zouden zij een jaaromzet realiseren van 60.994,50 euro. Door die omzet per persoon te vermenigvuldigen met 1.008.000 (het aantal zzp’ers in Nederland volgens Centraal Bureau voor de Statistiek) komt ZZP Barometer op 62,5 miljard euro in totaal.

Dat getal deelt ZZP Barometer door het Nederlandse bruto binnenlands product, volgens het CBS 662,8 miljard euro over 2014. De uitkomst van dat sommetje is 0,094 oftewel 9,4%. Dat zou dan het aandeel in het bbp zijn dat zzp’ers voor hun rekening nemen.

Geen representatieve steekproef

Die 9,4% is een opmerkelijk hoge uitkomst. Zo opmerkelijk, dat het de moeite waard is even stil te staan bij hoe het onderzoek is gedaan en hoe het percentage is uitgerekend. Daarbij valt een aantal zaken op. Om te beginnen: ZZP Barometer claimt dat de 1.469 mensen die aan hun online enquête hebben meegedaan, “representatief” zijn. Er staat niet bij waarvoor representatief, maar de suggestie is: voor de totale populatie van zzp’ers in Nederland.

Het probleem is echter, dat die 1.469 afkomstig zijn uit een veel grotere groep van 20.000 mensen die zich ooit uit eigen beweging hebben aangemeld als deelnemer aan het onderzoekpanel van ZZP Barometer. Op de website en in eerdere publicaties is nergens te vinden waarom die oorspronkelijke groep representatief zou zijn voor alle zzp’ers in Nederland.

Bepaalde categorieën oververtegenwoordigd

Zelfs als dat totale panel representatief zou zijn, dan zou nog moeten blijken dat dat ook geldt voor de subgroep van 1.469 leden die deze specifieke enquête heeft ingevuld. Maar deze respondenten hebben zich dus tot twee keer aan toe zelf geselecteerd, in plaats dat ze onwillekeurig gekozen zijn door de “onderzoekers”. Daardoor is de kans groot dat bepaalde categorieën zzp’ers zijn over- cq ondervertegenwoordigd.

De resultaten van zo’n selecte steekproef kun je niet een op een doortrekken naar de totale populatie. Maar dat doet ZZP Barometer wel. De “onderzoekers” berekenen de totale jaaromzet van alle zzp’ers in Nederlands simpelweg door hun uitkomst (60.994,50 euro) te vermenigvuldigen met het aantal zzp’ers dat Nederland telt volgens het CBS (1.008.000). Daar komt dan dat bruto zzp-product uit van 62,5 miljard euro.

Definitie van elastiek

Het probleem zit hem niet alleen bij de steekproef die niet deugt. De groep van 1.008.000 zzp’ers waar ZZP Barometer iets over wil kunnen zeggen, is ook nog eens ongelooflijk divers. Dat hangt samen met de nieuwe, internationale definitie van zelfstandige zonder personeel waar het Centraal Bureau voor de Statistiek eind vorig jaar op is overgegaan en die hier wordt aangehouden.

Die definitie is echt van elastiek: volgens het CBS is iedereen een zzp’er die tussen de 15 en de 75 jaar oud is en meer dan 1 uur per week betaald werk doet zonder daarvoor in loondienst te zijn.

Voorheen telden als zzp’er alleen mensen tot 65 jaar die meer dan 12 uur per week betaald werk deden. Volgens die strengere definitie telde Nederland tot voor kort geen 1.008.000 maar slechts 808.000 zzp’ers. De 200.000 extra zzp’ers zitten aan de “onderkant” (de groep die minder dan 12 uur per week aan zijn of haar “onderneming” besteedt) en aan de “bovenkant” (de 65-plussers).

Opeenstapeling van onbetrouwbaarheden

Het panel van ZZP Barometer is grotendeels tot stand gekomen voordat het CBS zijn nieuwe definitie ging hanteren. Nergens blijkt dat de nieuwe zzp’ers die dat opleverde inmiddels evenredig in het panel zouden zijn vertegenwoordigd. Het getal van 894,4 declarabele uren die de respondenten gemiddeld zeggen te maken (17,4 uur per week) wijst niet bepaald in die richting.

Daar komen immers nog alle uren bovenop die een zzp’er maakt voor zaken als acquisitie, administratie, en nascholing. Zo ontstaat er een opeenstapeling van onbetrouwbaarheden die een bruto zzp product van 62,5 miljard buitengewoon onwaarschijnlijk maken. Dat bedrag kan haast niet anders dan veel te hoog zijn.

Vervolgens relateert ZZP Barometer dat te hoge bruto zzp product aan het door het CBS berekende bruto binnenlands product. Daarvan zou het dus 9,4% uitmaken. Maar mag je die twee getallen wel op die manier met elkaar vergelijken?

ZZP Barometer noemt het bruto zzp product op zijn website het “gemiddelde inkomen van alle zzp’ers in Nederland” op jaarbasis. In hun berekening gaan ze echter niet uit van het gemiddelde inkomen (opgegeven als 36.960,74 euro) maar van de gemiddelde omzet (opgegeven als 60.994,50 euro).
Het verschil zit hem waarschijnlijk in de kosten die de zzp’er maakt en die hij of zij aan de klant doorberekent.

Appels en peren

Mag je dat totaal van al die omzetten (bzp) vergelijken met het bruto binnenlands product (bbp)? Nee, zegt desgevraagd Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het Central Bureau voor de Statistiek. Het bbp is een maat voor de toegevoegde waarde die wordt gecreëerd in de economie. Het wordt uitgedrukt in de totale waarde in euro’s van de goederen en diensten die in een bepaald jaar worden geproduceerd.

Als je omzetten van zzp’ers vergelijkt met de toegevoegde waarde van alle Nederlandse producenten en dienstverleners, vergelijk je appels met peren, en kom je al gauw op een te hoog percentage uit. Zuiverder zou het zijn, zegt de deskundige van het CBS, om de waarde te nemen van de door zzp’ers verkochte goederen en diensten minus de waarde van de door hen daartoe ingekochte goederen en diensten (het zogenaamde “intermediair verbruik”).

Kort door de bocht: als we willen weten wat zzp’ers bijdragen aan de economie moeten we niet hun omzet vergelijken met het bruto binnenlands product, maar hun omzet na aftrek van hun kosten. Maar helaas: het CBS heeft daar geen betrouwbare basisgegevens over, net zomin als ZZP Barometer.

Eerste correctie: inkomsten in plaats van omzetten

Wat bij gebrek aan beter nog het meest in de buurt komt als maat voor de toegevoegde waarde van zzp’ers, is hun inkomen. Met behulp van die fictie (want dat is het) berekent het CBS ook de toegevoegde waarde van alle ambtenaren en medewerkers van not-for-profit instellingen die Nederland telt.

Voor wat het waard is, stelt ZZP Barometer het inkomen van de gemiddelde zzp’er op 36.960,74 euro. Dat ligt niet eens zo heel ver ver boven het meest recente CBS-cijfer van 33.000 euro, al dateert dat uit 2012 en dus van voor de uitbreiding van de zzp-definitie die 200.000 kleinverdieners aan het bestand toevoegde.

Berekenen we dan de bijdrage van de zzp’er aan de Nederlandse economie opnieuw (verder gebruikmakend van dezelfde cijfers van ZZP Barometer) dan komen we niet op 9,4% maar op 5,6%.

Tweede correctie: lager gemiddeld inkomen

Maar ook die 5,6% is nog geen aannemelijke raming van het aandeel van zzp’ers in het bruto binnenlands product. Daarvoor zouden we ook nog eens moeten corrigeren voor de nieuwe zzp’ers die veel minder uren aan hun onderneming besteden, veel minder declarabele uren maken, en dus een veel lager inkomen genereren.

Laten we nou eens royaal doen en zeggen dat het gemiddelde jaarinkomen van wat het CBS tegenwoordig allemaal een zzp’er noemt daarmee komt op 25.000 euro. Maal een miljoen, is 25 miljard. Gedeeld op het bbp komen we dan op een aandeel van maximaal 4%. Dat klinkt ineens een stuk waarschijnlijker dan de 9,4% die ZZP Barometer deze week zo succesvol in de media wist te planten.

“Binnenlands zzp product” factor twee te hoog

Wij hebben ZZP Barometer uiteraard gevraagd hoe het zat en hen vervolgens ook in de gelegenheid gesteld om voor publicatie te reageren op deze analyse. Daar is geen antwoord op gekomen. Bij gebrek aan weerwoord houden wij het erop dat ZZP Barometer met zijn berekening van het “binnenlands zzp product” minimaal een factor twee te hoog uitkomt.

Krijgen de sceptici nu gelijk, dat zzp’ers zo weinig bijdragen aan de economie dat de zelfstandigenaftrek maar beter kan worden afgeschaft? Dat zou te simpel zijn. Het gecorrigeerde aandeel van zzp’ers in het bbp pakt alleen maar zo laag uit omdat er veel mensen worden meegeteld die te weinig uren maken om überhaupt voor zelfstandigenaftrek in aanmerking te komen. Daar valt dus niets te halen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *