ZZP’ers doen het steeds vaker met elkaar. Waarom?

28 juli 2015

Hoezo, “eenpitters”? De trend is dat zelfstandigen het steeds vaker met elkaar doen: werkruimte delen, aan de weg timmeren, opdrachten uitvoeren, en geld verdienen. Dat is niet alleen leuker, maar vooral ook slimmer.

Zelfstandige professionals zoeken steeds vaker de samenwerking op. Van de vijftig organisatieadviseurs die samen projecten doen onder de vlag van Firma De Groot tot de dertien wedding planners, taartenbakkers en andere vakmensen die als Trouw-Partners bruiloften verzorgen. Hoe werken zulke collectieven in de praktijk? Waar vinden die zelfstandigen elkaar op? Hoe geven ze vorm aan hun samenwerking? En wat is het voordeel voor de klant?

Virtueel adviesbureau

“Neem het virtuele adviesbureau dat wij hebben opgezet voor een groot energiebedrijf”, zegt Marijn Rooymans van Ondernemende Juristen, als hij een voorbeeld uit zijn praktijk moet geven. “Stel je een besloten omgeving voor op internet, waar alleen hun eigen juristen en een groep geselecteerde zelfstandigen uit ons netwerk toegang tot hebben. De mensen van het energiebedrijf kunnen daar hun vragen posten, onze leden kunnen die één-op-één oppikken. Alle rompslomp daar omheen, zoals de facturering, regelen wij voor hen. Net zoals een advocatenkantoor dat zou doen.”

Op jaarbasis gaat er nu zo’n 200.000 euro om in dat virtuele adviesbureau, en het is nog maar één van de vele projecten die de Ondernemende Juristen samen doen. Sinds Rooymans het netwerk in 2006 opzette, zijn er ongeveer 450 zelfstandigen bij aangesloten. Zij houden hun eigen praktijk aan en hun eigen klanten, en daarnaast werken ze ook via ons. Een bescheiden backoffice ondersteunt de samenwerking met geavanceerde projectsoftware die helpt om makkelijker in teams samen te werken. In ruil voor die faciliteiten staan de deelnemers een percentage af van hun inkomsten.

Vakmanschap

Een fantastisch voorbeeld van een ontwikkeling die wel eens heel groot kon worden, vindt trendwatcher Adjiedj Bakas het verhaal van de Ondernemende Juristen. “De tijd dat zelfstandige professionals netwerkten om het netwerken is al lang voorbij. Ook slechts het delen van de kosten voor een werkruimte ligt achter ons. We zien nu collectieven die samenwerken om harde resultaten te boeken. Samen kunnen ze meer dan alleen: grotere en complexere opdrachten.”

In zijn boek Megatrends Werk (2014) benadrukt Bakas dat de overgrote meerderheid van de zelfstandige professionals geen ondernemer is geworden uit noodzaak, maar uit kracht. Hun keuze voor zelfstandigheid is niet ingegeven door de vorm van de arbeidsrelatie of de vermeende belastingvoordeeltjes, maar door de behoefte om hun vakmanschap te laten gelden. “In een team met collega’s die jou aanvullen is daar nog meer ruimte voor dan wanneer je in je uppie werkt.”
Ook de klant profiteert van de toenemende samenwerking tussen zelfstandige professionals, benadrukt Bakas. “Die krijgt namelijk een op maat samengesteld team met allemaal mensen die en kennis van zaken hebben én ieder voor zich gemotiveerd zijn om zich voor die speciale opdracht in te zetten. En dan zijn ze ook nog eens relatief goedkoop omdat ze weinig overhead hebben.”

Concurrentie

Grote bureaus zullen het daarom in de toekomst steeds vaker moeten afleggen tegen samenwerkende zelfstandigen, denkt Bakas. “Ze zullen het niet openlijk toegeven, maar ze beginnen de concurrentie nu al te voelen.” Klopt, vult Rooymans aan. In 2013 haalde hij met zijn Ondernemende Juristen een raamovereenkomst voor de levering van interim-juristen aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken binnen. Een aantal gerenommeerde advocatenkantoren hadden het nakijken.

Een vergelijkbare ervaring, maar dan in een heel andere branche, heeft Eric Went. Hij is de spin in het web van UNIT-2, een in Leiden gevestigd collectief van creatieve ondernemers in de communicatie. Toen eind 2011 de supermarkten van C1000 werden overgenomen door Jumbo, schreef de vereniging van C1000-ondernemers een pitch uit voor een boek waarmee zij in stijl afscheid konden nemen van hun winkelformule.

Manager verenigingszaken Annette Mol van C1000 gunde de opdracht aan UNIT-2. In het communicatievakblad C legde zij uit waarom. Niet alleen kwam het voorstel van de zelfstandigen het dichtst in de buurt van wat zij wilde, ook het idee van zo’n netwerk sprak haar aan. “We konden putten uit een zeer diverse bron, met veel professionals van divers pluimage. Zo konden we beschikken over tien, vijftien tekstschrijvers, vormgevers en conceptdenkers. En dat zonder enorme overhead. Daardoor was de verhouding tussen prijs en kwaliteit veel gunstiger dan wanneer we een groot bureau in de arm zouden nemen.”

Omgekeerd had UNIT-2 iets te bewijzen, vertelt Went. “Je hoort nog wel eens dat continuïteit het grote struikelblok is om met zelfstandigen in zee te gaan. Voor ons was dit de kans om met dat vooroordeel af te rekenen. Ruim anderhalf jaar lang hebben we samen aan dit project gewerkt. Iedereen wilde het maximale eruit halen. Daarmee zweepten we elkaar collectief steeds verder op, wat de kwaliteit aanzienlijk heeft verhoogd.”

Risico afdekken

Naarmate zulke coalities langer bestaan, naarmate ze groter worden en naarmate er meer geld in omgaat, neemt onder de deelnemende zelfstandigen de behoefte toe om de samenwerking te formaliseren. Op een gegeven moment is alleen vertrouwen niet meer genoeg. Je kunt als zelfstandige wel instaan voor je eigen werk, maar als er een collega de fout in gaat, wil jij daar niet voor boeten. Zeker als de bedragen groter worden, is het verstandig om een rechtspersoon te hebben waarin zulke risico’s zijn afgedekt.

De meest voorkomende vormen zijn de vennootschap onder firma (VOF), de maatschap, de flex-BV en de coöperatie. Maar wat is wat, en wat is het handigste? “Die keuze wordt bepaald door hoe je je wilt profileren, wat de mogelijke aansprakelijkheid is en of je in je collectief ook kapitaal wil opbouwen”, zegt samenwerkingsspecialist Alfred Griffioen. Griffioen is de spil van De Ondernemerscoöperatie, een groep van elf adviseurs die elk vanuit hun eigen discipline andere ondernemers bijstaan die – net als zijzelf – slimmer willen samenwerken. Ze hebben elk een regio onder hun hoede en verwijzen indien nodig naar elkaar door.

Vruchten plukken

Zoals de naam van zijn collectief al zegt, heeft Griffioen een uitgesproken voorkeur voor de coöperatie. “Dat is de meest flexibele van alle rechtsvormen die voor zelfstandige professionals in aanmerking komen. Nieuwe leden kunnen gemakkelijk toetreden en wie na verloop van tijd weg wil, kan vertrekken. Bovendien kun je in een coöperatie van jaar tot jaar samen beslissen hoe je de winst verdeelt. Gewoon naar rato van ieders inzet. Dat voorkomt scheve ogen.” Maar voor een soepele samenwerking is meer nodig dan goede afspraken over de winstverdeling. Daarom heeft De Ondernemerscoöperatie ook een boekje uitgegeven over hoe je op een effectieve manier met elkaar projecten kunt aanpakken.

Griffioen schat dat er momenteel in Nederland ruim 1200 actieve coöperaties zijn van zelfstandige professionals. Uitschieters naar boven daargelaten, zou de grootte daarvan variëren van twee tot acht personen. Van die 1200 kent De Ondernemerscoöperatie er zeker 300. “Dat zijn degenen die wij de afgelopen tijd hebben mogen adviseren. Voor zover ik het kan overzien, zijn de meeste daarvan nu in het stadium dat ze de vruchten beginnen te plukken van hun investering.”

Het kost in ieder geval wel veel tijd om een coöperatie of een andere serieuze samenwerkingsvorm echt van de grond te krijgen. “Je moet afspraken maken, op elkaar ingespeeld raken, bekendheid krijgen in de markt. Dat gaat nu eenmaal niet van de ene op de andere dag.” Daar staat tegenover dat je ook moet oppassen dat je als groep niet in dat stadium blijft hangen. “Er moet op een gegeven ook wat worden verdiend. Anders vergeten mensen waarom ze het ook al weer deden, en haken ze af.”

Zwart op wit

Er zijn natuurlijk veel meer samenwerkingsverbanden van zelfstandige professionals dan de 1200 die voor een coöperatie hebben gekozen. De meeste zijn van recente datum en nog niet zo ver dat ze dat ze hun onderlinge verhoudingen al zwart op wit vast willen leggen. Soms vragen ze zich ook af of dat in hun situatie überhaupt zinvol is.

De Trouw-Partners willen eerst afwachten hoe de samenstelling van hun groep zich ontwikkelt. Woordvoerder Freya Elders, zelf fotograaf, houdt het voor mogelijk dat er nog mensen afhaken of juist bijkomen. “Deelname moet ook passen in je eigen professionele ontwikkeling”, denkt zij. “Daar moet je niet te veel druk op willen zetten.”

De organisatieadviseurs en communicatiespecialisten van Firma de Groot zijn tevreden met hoe het nu is geregeld. Anders dan de naam doet vermoeden, is het geen firma, maar een tamelijk informeel netwerk waar mensen zo veel of zo weinig tijd en energie in steken als hen uitkomt. Alleen de kleine centrale organisatie van Firma De Groot is een BV. Voor de diensten daarvan betalen de deelnemers een bescheiden maandbedrag. Sommigen huren ook werkruimte in een van de vier vestigingen.

Bij de conceptstores van Hutspot ligt het weer anders. De oprichters hebben aparte rechtspersonen in het leven geroepen voor beide winkels en voor de daaraan gelieerde horeca. Van daaruit gaan zij op individuele basis overeenkomsten aan met de veelal jonge designers die in de winkels hun producten willen verkopen. “Als iemand specifieke wensen heeft rondom marketing of presentatie, bespreken we dat”, vertelt creative manager Sarah van Rij. “Maar het concept is en blijft van Hutspot.”

“Zo zie je maar”, concludeert Alfred Griffioen van De Ondernemerscoöperatie: “Samenwerken is meer dan de zaken juridisch goed regelen. Minstens zo belangrijk zijn de juiste partners en een goed businessplan. In elk geval kun je als zelfstandige professional je diensten of producten beter verkopen door op een constructieve manier samen te werken dan door het in je uppie te proberen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *