ZZP’ers en hun koopkracht: wat gaat de Miljoenennota brengen?

In de aanloop naar Prinsjesdag wordt er reikhalzend uitgekeken naar de koopkrachtplaatjes. Wie gaat erop vooruit en wie achteruit? Voor zzp’ers en andere zelfstandigen bieden de berekeningen echter weinig houvast. Hoe komt dat? En valt er desondanks toch wat over te zeggen? Met wat ik ervan weet, kon 2020 voor deze groep wel eens een zwaar jaar worden.

Titel van het besproken bericht van het CBS: "Koopkracht groeide 0,3 procent in 2018"

Het CBS berichtte deze week dat in 2018 de koopkracht van de Nederlandse bevolking in zijn geheel met 0,3 procent was gegroeid ten opzichte van 2017. Dat was de laagste groei sinds 2013. Het gaat hier om een doorsnee: de helft van de bevolking ging er meer op vooruit en de helft minder, met een aanzienlijke spreiding in de tussen personen onderling. Zo hadden werknemers gemiddeld een koopkrachtstijging van 1,8 procent, terwijl gepensioneerden een daling zagen van 0,5 procent.

Die cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de koopkracht in 2018, daar waren zzp’ers en andere zelfstandigen niet in meegenomen. Redacteur Dirk Waterval van Trouw signaleerde dat ook, en informeerde bij hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS waarom. Die liet daarop weten dat van zelfstandigen nog niet genoeg gegevens binnen waren om een zeker beeld van hun koopkracht te schetsen.

“Wij maken gebruik van belastingaangiftes voor onze berekeningen, en voor deze groep is daar momenteel pas een derde van ingevuld.” Volgend jaar komen de volledige koopkrachtcijfers alsnog, zei hij. Later op twitter lichtte Van Mulligen toe dat de zelfstandigen van wie de aangiften al waren verwerkt, natuurlijk wel in het algemene cijfers zaten. Maar hoe het hen als groep vergaan was in 2018, daar valt dus nog even niets over te zeggen.

Macro Economische Verkenning

Na die blik in de achteruitkijkspiegel de vraag wat zelfstandigen in 2020 te verwachten hebben. Het antwoord daarop begint met het algemene beeld uit de zogeheten Augustusraming van het CPB. Deze concept Macro Economische Verkenning is voor het kabinet het startpunt geweest van de besluitvorming over de Miljoenennota.

Volgens het Centraal Plan Bureau valt de economische groei terug door de gure wind uit het buitenland. De werkloosheid bereikte zijn laagste punt in 2019, maar blijft in 2020 nog steeds uitzonderlijk laag. De koopkracht ontwikkelt zich positief door de stijging van de reële lonen en in iets mindere mate door beleidsmaatregelen. Er blijft een overschot op de rijksbegroting, maar dat overschot wordt minder groot.

Op Prinsjesdag publiceert het kabinet de Macro Economische Verkenning 2020. Daarin wordt dan de uiteindelijke raming toegelicht en een gedetailleerde analyse gegeven van de Nederlandse economische situatie.

Dan krijgen we ook de koopkrachtplaatjes te zien, wat verschillende groepen burgers mogen verwachten voor 2020. Dat gaat van werknemers en gepensioneerden tot alleenstaanden en meerpersoonshuishoudens. Specifieke informatie over de toekomstige koopkrachtontwikkeling van zelfstandigen zullen we daartussen echter tevergeefs zoeken.

Geen koopkrachtraming voor zelfstandigen

Dat er geen aparte koopkrachtraming wordt gepresenteerd voor de 1,4 miljoen zelfstandigen met en zonder personeel, komt vooral doordat die groep voor de politiek geen prioriteit heeft. Maar zelfs als die dat wel had, dan zou het voor de rekenaars nog steeds een lastig werkje zijn om een getal te hangen aan de voor hen te verwachten koopkrachtontwikkeling.

Dat het zo hachelijk is om iets te zeggen over de toekomstige ontwikkeling van de koopkracht van zelfstandigen, heeft een aantal redenen. Om te beginnen: waar werknemers vaak cao-afspraken hebben waaruit hun toekomstige inkomen is af te leiden, komen de inkomens van zelfstandigen tot stand op individueel niveau, tussen hen en hun klanten en/of opdrachtgevers.

En waar voor werknemers en gepensioneerden vrij eenvoudig valt te bepalen welk effect welke belastingmaatregelen gaan hebben, is dat voor zelfstandigen een stuk gecompliceerder. Die hebben immers hun eigen fiscaal regime, waarin individuele variaties in leef- en werksituatie tot sterk uiteenlopende effecten kunnen leiden. Dat laat zich niet zo maar in een rekenmodel vangen.

De belangrijkste reden dat het zo lastig is om op het niveau van de totale groep zelfstandigen uitspraken te doen over de te verwachten ontwikkeling van de koopkracht, is echter dat die minder wordt beïnvloed door fiscale maatregelen van de overheid dan door ontwikkelingen in de markt van vraag en aanbod en in de manier waarop die zelfstandigen daarop inspelen. Ook daarop werkt het overheidsbeleid in (bijvoorbeeld via de wetgeving rond arbeid en sociale zekerheid) maar dat effect is nog moeilijker in economische modellen te vatten dan dan dat van fiscale maatregelen. 

Verlaging zelfstandigenaftrek

Je zou kunnen denken dat een maatregel als de uitgelekte verlaging van de zelfstandigenaftrek een flinke deuk slaat in de koopkracht van de betreffende groep ondernemers. Maar een verlaging van 7.280 euro nu naar 5.000 euro in tien jaarlijkse stappen, betekent per jaar netto een min van hooguit 75 euro. Zelfs de laagstbetaalde zzp’er kan dat goedmaken door in het volgende jaar een dag meer te werken dan in het vorige.

De betekenis van de bezuiniging op de zelfstandigenaftrek is dan ook eerder symbolisch dan materieel. Met name door erbij te vermelden dat het de opbrengst ervan zal besteden aan een versterking van de koopkracht ‘voor alle Nederlanders’, laat het kabinet zien dat het meer van werknemers houdt dan van zelfstandigen. De ‘winst’ voor het kabinet zit hem vooral in het witte voetje dat het daarmee op korte termijn haalt bij de vakbonden en de linkse oppositie, en niet zo zeer in de extra euro’s die op de lange termijn binnenkomen bij de fiscus.

Economische trends

Maar zoals gezegd: de koopkracht van individuele zelfstandigen wordt bovenal bepaald door de ontwikkelingen in de markt waarop zij actief zijn en door hoe zij daarop inspelen. Wat die markt betreft, zijn er twee economische trends die zelfstandigen zorgen zouden moeten baren.

De eerste trend is dat volgens de augustusraming van het CPB de groei eruit is in de consumptie van huishoudens. En daar moeten veel zzp’ers het van hebben, denk alleen al aan sectoren als de bouw en de installatie waar zij de laatste jaren goede zaken hebben gedaan. In 2017 nam die private consumptie nog toe met 2,1 procent, in 2020 zal dat nog maar 1,6 procent zijn. Bij een doorgroeiend aantal zzp’ers betekent dat gewoon dat de spoeling dunner wordt.

Op papier staat daar een tweede trend tegenover, in de vorm van een aansterkende groei van de consumptie door of via de overheid. In theorie zou dat gunstig zijn voor die zelfstandigen die het moeten hebben van publieke bestedingen.

Maar in de praktijk worden het rijk en de lagere overheden steeds terughoudender met de directe inhuur van zzp’ers. En in gesubsidieerde sectoren als het onderwijs en de zorg staan opdrachtgevers toenemend onder druk om minder met zzp’ers te werken en hen minder te betalen. Dus dat schiet ook al niet op.

Oppassen met nieuwe BTW-regeling

Des te belangrijker wordt het voor zzp’ers en andere zelfstandigen om goed op hun centen te passen. Dat wordt hen helaas niet makkelijker gemaakt doordat de overheid niet altijd even transparant is over het doel en de gevolgen van nieuwe maatregelen.

Een goed voorbeeld daarvan is de nieuwe Kleine Ondernemers Regeling die 1 januari 2020 ingaat. Zelfstandigen die btw-ondernemer zijn en een omzet hebben van minder dan 20duizend euro per jaar kunnen (!) daarmee een vrijstelling krijgen van hun btw-plicht. Hun huidige korting op de btw en de ontheffing van administratieve verplichtingen komen dan te vervallen. Maar ze kunnen dan ook geen btw meer aftrekken of terugvragen over hun eigen zakelijke aankopen.

Dat wordt dus een kwestie van knopen tellen. Enige voorzichtigheid is daarbij wel op zijn plaats. De overheid zou zo’n regeling natuurlijk nooit treffen als ze niet verwachtte met de nieuwe regeling per saldo een hoger bedrag aan omzetbelasting binnen te harken dan met de oude. En iemand gaat dat betalen.

Herfstig weer

Kortom: als u mij vraagt wat ik verwacht voor de koopkracht van zelfstandigen in 2020, dan houd ik mijn hart vast.

De economische groei loopt terug, er wordt zelfs al gewaarschuwd voor een recessie, en de politiek is eerder geneigd zzp’ers meer aan banden te leggen dan hen ruimte te geven om te ondernemen. De barometer loopt achteruit, en de kans op herfstig weer wordt groter dan die op een voorjaarszonnetje.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *